En dat was dan mijn fietstocht door Japan. Ik moet zeggen: het smaakt naar meer! Er gaat een fietsroute dwars door Japan, van het noorden naar het zuiden. Wellicht, ooit...
Na deze fietstocht ben ik nog 3 weken in Japan gebleven. Ik heb verschillende steden bezocht waaronder Tokyo, Kyoto en Nara. Ook heb ik twee weken lang de Japan Rail Pass kunnen gebruiken. Met deze pas mocht ik gratis in de trein. De laatste vijf dagen verbleef ik bij Chiaki en haar ouders, in Osaka. Een paar bijzondere gebeurtenissen wil ik jullie niet onthouden.
Dat Japan een land is vol contrasten moge nu wel duidelijk zijn. Tijdens mijn verblijf werd dat keer op keer bevestigd. Ook de Japanners zelf zou je zo kunnen noemen, al is ambivalentie misschien een beter woord. Of nog beter gezegd: je weet nooit zeker of ja ja is en nee nee, getuige onderstaand verhaal over een aardig staaltje miscommunicatie.
Ik ging van Takamatsu naar huis en wilde tussen Okayama en Kyoto gebruik maken van de Shinkansen (hogesnelheidstrein). In Okayama aangekomen hoorde ik verontrustende geluiden uit de luidsprekers komen. Althans, het leek me verontrustend omdat ik veel te vaak het woord 'shinkansen' hoorde. En aan haar stem kon ik horen dat er iets grondig mis was (wellicht dezelfde intonatie als bij een mededelingen op Utrecht Centraal??). En ja hoor, bij de toegangspoortjes voor de Shinkansen stond het bomvol met mensen. Nou is dat meestal het geval, maar nu liepen ze niet door en dat was toch wel gek. Ook zag ik op alle vertrekstaten 'delayed' staan. Hmm.. wat nu? Ik vroeg aan een spoorwegbeambte hoe ik het beste in Kyoto kon komen. Voor een Japanner sprak hij aardig Engels, maar reken er maar niet op dat we elkaar begrepen. Het ging ongeveer zo:
'Sumiemasèn, arrigato tozai mas (Neemt u mij niet kwalijk, maar bedankt dat u mij te woord wil staan), gaat er wel een trein naar Kyoto?'
'Niet Shinkansen vandaag, verschrikkelijk ongeluk'.
'Maar kan ik dan met de lokale trein?'.
'Nee, niet lokale trein'.
'Oh... waarom niet?'.
'Te lang, vier of vijf uur onderweg, Shinkansen maar één uur'
'Maar die rijdt toch niet vandaag?'
'Nee, niet Shinkansen vandaag'
'Maar kan ik dan met de lokale trein?'
'Nee, niet lokale trein, duurt vier uur. Of vijf uur. Shinkansen maar één uur'.
'Denkt u dat die nog gaat rijden vandaag?'
'Nee, niet Shinkansen vandaag, verschrikkelijk ongeluk'
'Hoe kom ik dan ik Kyoto?' (Laat ik eens een open vraag stellen.)
'Niet vandaag naar Kyoto, geen Shinkansen'
'Ook niet met de lokale trein?', probeer ik nog eens.
'Te lange reis, Shinkansen maar één uur'
Ik geef het op. Dit soort communicatietechnieken zijn niet aan mij besteed. Ik loop naar de toegangspoortjes van de Shinkansen, in de hoop dat het allemaal een grote vergissing is en dat ik nu zo in de trein kan stappen en over een uur in Kyoto ben. Daar kan ik dan vervolgens overstappen op de sneltrein naar Moriyama.
Ik zie iemand anders met een pet en probeer het nog eens. Dan gebeurt er waar ik bang voor ben: een herhaling van het vorige gesprek. Als ik een paar keer dringend vraag of er een sneltrein of lokale trein naar Kyoto gaat, geeft hij mij het antwoord waar ik op zit te wachten: 'hai (ja), lokale trein naar Kyoto, overstappen in Aioi'.
Ah.. dat wilde ik weten. Overmoedig stel ik nog een vraag: 'Hoe laat ben ik dan ongeveer in Kyoto?'. Foute vraag. 'Over drie of vier uur. Misschien wel veel langer, vijf of zes uur'.
Met een 'arrigato tozai machita' (dank u wel dat u mij te woord wilde staan), ga ik op zoek naar de lokale trein naar Aioi.
Dit verhaal is maar een voorbeeld, ik heb een heel aantal keren dit soort gesprekken gevoerd. Soms grappig, soms erg frustrerend. Overigens verliep bovenstaande reis voorspoedig. In Aioi aangekomen kon ik toch weer met de Shinkansen verder. Er was een paar uur eerder iemand voor de trein gesprongen, vandaar...
Iets anders waar ik me over heb verwonderd: waar je ook bent, alles wat op je af komt is schreeuwerig. De hoeveelheid kleuren en neonverlichting in reclameborden en opschriften was erg vermoeiend voor mijn natuurminnende ogen. Het valt me op dat dat in schril contrast staat met het kleurgebruik, of -gebrek, in interieurs en kleding. Die is namelijk erg sober. Is het ter compensatie?
Ook lijken Japanners bang te zijn voor stilte. In warenhuizen vergaat het horen en zien je. In de kleinere winkels staan verschillende radio's, met verschillende zenders en in de grotere winkels hoor je naast muziek uit luidsprekers ook geluiden van spelautomaten en aankondigen van winkelmedewerkers. Ook buiten is het een en al lawaai. Op hoeken van straten (ook midden in de natuur!!) staan luidsprekers waaruit mededelingen klinken en soms muziek.
Dit alles staat lijnrecht tegenover het feit dat dit volk al eeuwenlang oog heeft voor de meest fijnzinnige kunst (bijv. kalligrafie), nog dagelijks haar eeuwenoude tradities in ere houdt (bijv. het dragen van een kimono, theeceremonie) en haar prachtige natuur aanbidt. Ik begrijp het niet, maar misschien moet ik dat, als westerse, ook maar niet willen begrijpen.
Buiten de stedelijke gebieden is Japan werkelijk een prachtig land! Bergen, bossen, parken en de vele tempels en shrines: wat een schoonheid! Hieronder een kleine fotoreportage.
Japan, sayonara!! (tot ziens)