Onderweg, op markten en pleinen, vind je volk, mild en gastvrij
Dat schenkt U met handen en voeten zoete vruchten, allerlei
En al mist ge uw geliefde, ’t weerzien is nu nog te vroeg
Van uw teder zacht beminde, daarvan krijg je nooit genoeg
Van uw teder zacht beminde, daarvan krijg je nooit genoeg
Vrij naar: Onderweg - Willem Vermandere
Weet je dat Edvard Munch, de schilder van De Schreeuw, de eerste was die selfies maakte? Naast schilderen, fotografeerde hij ook. “Ik heb een oude camera waarmee ik ontelbare foto’s van mezelf heb genomen, vaak met verbazingwekkend goed resultaat […]”. Aldus Munch in 1930.
Ik ben niet zo van de selfies. “Selfie” klinkt hetzelfde als “Selfish”. Soms, nee váák, zie ik op Social Media foto’s met altijd zo’n kop er bij op. Jammer. Het had zo’n mooie foto kunnen zijn.
De intimi onder jullie zullen dan ook verbaasd hebben opgekeken toen ik onlangs een videootje plaatste op Social Media waarin ikzelf in beeld was. En óók nog sprak. Ik vermeld er gelijk bij dat ze zeldzaam blijven!
Overigens twijfel ik er nu aan of De Schreeuw in het museum in Oslo wel echt was. Ik meen namelijk de echte te hebben gezien in Vågåmo. Kijk maar:
Zoek de verschillen...
Ik ben weer terug in Ringebu en de heb de route tussen Ringebu en Dombås nu helemaal klaar. Hij is prachtig. De bergen werden hoger, de rivier smaller, de sneeuw witter, de wolken donkerder en de oude schuren nog ouder. Woensdag fietste ik door het Reinheimen nasjonalpark, waar de boomgrens al op 850 meter begon (hoe noordelijker je komt, hoe lager de boomgrens). Het regende, waaide en op 1230 meter was het 6°C. Logisch op die hoogte, zul je zeggen. Maar ‘beneden’ was het 9°C. Het was gewoon een koude dag. “Het wordt al herfst”, zei de kassamedewerkster in de outdoor-zaak waar ik handschoenen kocht (mijn handschoenen had ik potverdikkie in de auto laten liggen…).
Gelukkig duurde de herfst erg kort en donderdag was het al weer 20 graden warmer. Sowieso zijn de warme en regenloze dagen tot nog toe sterk in de meerderheid.
Vrouwen in de hoofdrol
De route stond ook in het teken van sterke vrouwen. En dan heb ik het over Pillarguri, de heldin van het stadje Otta, de schrijfster Sigrid Undset en haar personage Kirstin Lavransdatter.
Pillarguri is in Otta de plaatselijke heldin die in 1612 door een afleidingsmanoeuvre er voor zorgde dat de vijandelijke Schotten in de pan werden gehakt. Er staat een standbeeld in het stadje waar ze op de ‘dodelijke hoorn’ blaast.
Kirstin Lavransdatter is de hoofdpersoon uit het gelijknamige boek van Sigrid Undset. Het verhaal speelt zich af in de veertiende eeuw en beschrijft het leven van de onafhankelijke boerendochter Kristin. Centrale thema’s zijn de strijd tussen de eigen wil, de mores van het geloof en de verplichtingen naar familie en omgeving.
De locaties en personen (op de hoofdpersonen na), zijn gebaseerd op bestaande plekken en mensen. En veel van die locaties liggen in Gudbrandsdalen, het dal tussen Lillehammer en Dombås, waar ook het pelgrimspad langs loopt; maar ook op de verdere route naar Trondheim.
Ik heb Jørendgard bezocht, de boerderij waar Kristin opgroeide, in het boek gesitueerd bij het plaatsje Sel, waar het nu als filmset te vinden is. Verder naar Trondheim zal ik meer verwijzingen naar Kirstin tegenkomen want zij maakte namelijk ook een pelgrimstocht naar Nidaros, het huidige Trondheim.
Op dit moment ben ik ook het boek aan het lezen, een trilogie van duizend pagina’s. Jammer genoeg vind ik er te weinig tijd en rust voor om lekker door te lezen.
Ontmoetingen in tweevoud
Hoe bijzonder is het dat, wanneer je twee keer in Lillehammer komt, ook twee keer dezelfde fietser tegenkomt. Het was een ‘gepensioneerde’ fietsreiziger die vanwege zijn ouderdom nu geen verre reizen meer maakt, maar op zijn e-bike dagtochten fietst rond Lillehammer. Beide keren kwam ik hem tegen in de stad.
En de racefietser bij Vinstra. Op mijn route noordwaarts sprak hij mij aan. Gaf me tips en vertelde me alles wat ik over Noren moest weten als buitenlander. Volgens hem dan… Een paar dagen later, toen ik terug fietste, hoorde ik aan de overkant van de weg iemand luid fietsbellen. Bleek het dezelfde racefietser te zijn.
En toen ik bijna terug was bij de Staafkerk in Ringebu waar mijn auto in de buurt stond, kwam ik een Nederlandse pelgrim tegen. Bleek dat we elkaar al eerder waren tegengekomen op de Fiets- en Wandelbeurs afgelopen voorjaar. Overigens bleek Cor, want zo heette hij, ook in de zelfde pelgrimsherberg te overnachten.
Maar de meest bijzondere ontmoeting vond afgelopen maandag plaats. Ik had een fietsvrije dag en had me voor twee dagen verschanst in de middle of nowhere. Er is hier niets anders dan een enorm bos tegen een berghelling en een kleine boerderij. Daar was ik te gast.
Er stonden nog wat te versturen e-mails op het programma, o.a. naar Tone van het Pelgrimscentrum in Hamar. Toen ik in Hamar was vertelde Ann-Elin me dat Tone op vakantie was, vandaar dat ik geen haast had haar te mailen. Omdat het na de lunch droog werd (het regende die ochtend), besloot ik eerst een stuk te wandelen. Eigenlijk hoopte ik een eland tegen te komen of desnoods een trol, maar dit was veel bijzonderder.Ik was op de terugweg naar de boerderij, toen ik een vrouw zag op een bankje. Aan de grote rugzak te zien een pelgrimsganger. Ik sprak haar aan, en wat bleek: het was Tone!
Ik was verbijsterd! Het pelgrimscentrum van Hamar ligt hier een kleine 200 kilometer vandaan. En op de dag dat ik haar wil mailen, zit ze daar. In de middle of nowhere. Ik nodigde haar uit en na een gezellig en informatief samenzijn heb ik haar weer uitgezwaaid.
Maar het werd nog gekker. Een paar dagen later, ik fietste inmiddels weer zuidwaarts, hoor ik opeens getoeter. Ik zie een auto geparkeerd staan met daarin iemand die heftig zat te zwaaien en het raampje opendraaide. Het was Tone. Ze was op de terugweg van haar pelgrimage en had me zien fietsen. Een eindje verderop had ze me opgewacht.
En zo gaan dus alle ontmoetingen in tweevoud…
Mocht je het je afvragen, ja, tuurlijk mis ik Remy… Maar dat neemt niet weg dat ik hier erg geniet en gelukkig ben. Ik had hem dit helemaal niet aan willen doen: steeds maar weer stoppen, terug fietsen, aantekeningen inspreken, foto’s maken. Toch weer terug omdat ook de alternatieve route gefietst moet worden, enzovoort… Maar toch. Om de paar dagen bellen we. En hij vertaalt de nieuwsbrief in het Engels! Dat scheelt me erg veel tijd (lees: mijn Engels is niet goed genoeg; of ik leg de lat te hoog). En het duurt niet zo lang meer voordat ik hem weer zie. Ik hoop over zo’n twee weken.
Maar eerst nog even een vrije dag in Ringebu en dan de laatste etappe: Dombås - Trondheim. De auto komt ergens in de midden te staan. Eerst fiets ik heen en weer naar Dombås en vervolgens heen en weer naar Trondheim. Voor de wandelaars het zwaarste, hoogste èn mooiste deel van de hele pelgrimstocht. Voor de fietsers is dat nog een verrassing. Je kan niet (helemaal) over Dovrefjell, het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van de wandelroute.
Nog een noot voor de kenners van het Olavspad en de mensen die het gaan fietsen: de fietsroute tussen Sel en Dombås gaat zes kilometer over de snelweg. Dit is op zich prima te doen, maar zelf vind ik het alternatief veiliger en veel mooier: door het Reinheimen nasjonalpark. Je fietst een aardig eindje om en je klimt tot ruim 1200 meter hoogte. Maar het is zeer de moeite waard (kans op het spotten van rendieren!).
Hadet bra! ?