img 8696Onderweg ben ik zigeuner, onderweg ben ik een kind
Van de rusteloze wegen op twee wielen, welgezind
Op twee wielen wil ik vluchten, weg uit het nauwe vaderland
Naar het bergland en de rotsen, met een bos aan de waterkant
Naar het bergland en de rotsen, met een bos aan de waterkant

Vrij naar: Onderweg - Willem Vermandere

Ik ben weer thuis…
De weg terug van Trondheim naar Oslo was van een totaal ander kaliber dan de voorgaande vijf weken die ik er over deed om Trondheim te bereiken. Of misschien ook weer niet. Het enige verschil zat ‘em in het aantal wielen en de snelheid. Maar de vele bijzondere ontmoetingen, waren… nou ja, hoe zal ik het noemen? Weer heel erg bijzonder! En voor het eerst kreeg ik met een opmerkelijke bedreiging te maken om vijf uur in de nacht. En ik was aan het wildkamperen…


Eerst maar even een statement maken: wildkamperen - ook als vrouw alleen - is in de vrije natuur ongeveer de minst gevaarlijke activiteit die je in Scandinavië, en op vele andere plekken in de wereld, kan ondernemen. Al is het uiteraard de bedoeling dat je alles behalve actief bent en van een goede nachtrust geniet. Soms is dat laatste lastig, want je hoort ’s nachts natuurlijk allerlei geluiden die je in eerste instantie niet thuis kan brengen. Gekraak van takken, een windvlaag die steeds iets laat tikken, dierengeluiden die je niet thuis kan brengen… Maar het went en je weet: dit is de natuur. In de grote stad, maar ook in een klein dorp, is het buiten èn binnen veel gevaarlijker. Ook overdag.
(Even tussendoor: nee, ik ben niet naïef. Iedereen die me goed kent, weet dat. Maar dat terzijde).
Het wordt een ander verhaal als je ’s nachts plotseling voetstappen hoort in de buurt van je tent. Dat gebeurde me in Denemarken, in 2007. Het bleek een hert. Eigenlijk heeft deze, toch in eerste instantie een zeer beangstigende ervaring, mij gesterkt en mijn angst om in het wild te kamperen doen overwinnen.

Maar soms komt de bedreiging wel uit een heel onverwachte hoek…

Ik was als een blok in slaap gevallen na 92 kilometer te hebben gefietst vanuit Trondheim. Mijn tent had ik op het terrein gezet van Uleberget. Op het terrein staan een paar oude schuren en een verlaten ‘husmannsplass’ (= kleine (pacht)boerderij op het land van een herenboer). Het terrein is eigendom van het museum en je mag er kamperen. Er is zelfs een watertap met drinkwater en een composttoilet. Eigenlijk een soort semi-wildkampeerplek.
Midden in de nacht werd ik uit een diepe slaap gerukt. Mijn fiets stond op een meter afstand van de tent en ik was gewekt door een geluid dat leek alsof er iemand aan mijn fiets zat. Gelijk werd er aan mijn tent geschud.
Ergens in mijn achterhoofd vermoedde ik een dier, maar toch was ik bang en mijn hart klopte in de keel. Ik riep - in het Engels notabene - ‘wie is daar?!’. Pakte mijn bril (zonder zou ik niet zien wie het op mij had voorzien) en wist niet hoe snel ik de tent open moest krijgen. En toen stond ik oog in oog met het monster dat zich helemaal niets van mijn geroep had aangetrokken en van plan was mijn tent, met mij er in, in heel kleine stukjes te vermorzelen: een robotgrasmaaiertje.
Nou ben ik al niet zo gecharmeerd van die dingen want ze hebben een eigen wil en laten zich door niets en niemand tegenhouden. Alles wat in de weg staat wordt vermorzeld. Nou ja, dat denk ik.
Boos, omdat dat monster me uit een heerlijke slaap had gehaald, pakte ik hem op en zette hem andersom neer. Dit maakte geen indruk, want hij draaide zich onmiddellijk om en stevende weer recht op me af. Je moet weten dat ik op dat moment half uit de tent hing, op één knie zat en mijn andere been in de knoop zat met de slaapzak. Een lastige positie om het ding in z’n nekvel te grijpen. Ik probeerde het nog een keer, maar zoals een goed robot betaamt, deed hij wat hem opgedragen was. Inmiddels had ik de strijd met de slaapzak gewonnen en was rechtop gaan staan, voornemens het monster op te tillen en uit te proberen of ik het record discuswerpen kon verbreken.
Net op tijd zag ik een grote rode knop met het woord ’stop’. Dit leek me effectiever en voor het baasje van het monster een goedkopere oplossing. Ik drukte op de stopknop en gelijk stond hij stil. Stokstijf. Ik bleef er eerst een tijdje achterdochtig naar kijken, maar er gebeurde niets meer.
Zo. Ik had gewonnen. Ik pakte hem op en zette hem in het laadstation. Daar kon hij zijn wonden likken.

Gelukkig waren alle overige ontmoetingen op mijn weg naar Oslo op een heel andere manier bijzonder. Dezelfde ochtend deed ik boodschappen in Rennebu en was voornemens straks weer even langs Joar en Magni te fietsen waar ik een kleine week geleden koffie en lunch had genoten. Ik had nog niet ontbeten, op een mueslireep na, en na 20 kilometer vooral klimmen, kon ik net de neiging bedwingen de halve supermarkt van Rennebu leeg te kopen. Ik zat op een bankje in het zonnetje mijn lege maag te vullen en dacht, straks komt Joar langs rijden. Ik was amper uitgedacht en daar stopte een auto. Joar. Die was stomverbaasd mij te zien. “Kom je koffie drinken? Magni is thuis en zal verheugd zijn je weer te zien! Ik kom er ook zo aan”. Tien minuten later zat ik met Magni aan de koffie. En net als de vorige keer ging de koffie over in lunch. Inmiddels hadden we ook bezoek van Anna, een illustrator. Joar is bezig met het schrijven van een boek en Anna kwam langs met de gemaakte concept-illustraties. Er werd mij gevraagd er bij te komen zitten en mijn mening te geven. Vereerd, maar ook wat ongemakkelijk, deed ik wat me gevraagd werd. Uiteindelijk werd het een zeer genoeglijk samenzijn en verdween mijn reserve als sneeuw voor de zon. Ondertussen hadden Joar en Magni mij aangeboden om me met de auto naar de camping in Oppdal te brengen waar mijn eigen auto stond. Dankbaar nam ik het aan. Ook omdat er aan het eind van de middag slecht weer werd verwacht. Pas na het avondeten reden we naar Oppdal. Ongelooflijk dankbaar en toch ook blij de resterende vijftig, vooral stijgende, kilometers niet meer te hoeven fietsen in het onweer!

Met de auto van Oppdal naar Oslo zou in één dag te doen zijn, ware het niet dat ik nog wat afspraken had. Eerst met Hans-Jakob Dahl van het pelgrimscentrum in Hjerkinn. Vervolgens kon ik (weer) overnachten in de pelgrimsherberg in Ringebu bij de van oorsprong Nederlandse Janke. Zij was zelf niet thuis, maar ‘je weet de weg!’.
De volgende afspraak was met Tone Stræte van het Pelgrimscentrum in Hamar. Tone had ik inmiddels al twee keer onverwacht ‘in het wild’ ontmoet, maar nu hadden we afgesproken. In Hamar bleef ik twee nachten.
Mijn laatste twee nachten verbleef ik in Oslo. Daar had ik afgelopen maandag een afspraak met Øyvind Vold. Alle voorgaande afspraken waren met mensen van het Olavspad zelf en gingen met name over een paar specifieke gedeeltes in het gebied waar de betreffende pelgrimscentra liggen.
Maar Øyvind werd op mijn pad gebracht door Mattias van het pelgrimscentrum in Trondheim. “Je moet met Øyvind praten! Hij is fietser, schrijft fietsboeken en publicaties over fietsroutes in tijdschriften”.
De ontmoeting met Øyvind was ongelooflijk inspirerend! We waren beiden onder de indruk van elkaars werk. In die zin: ik was onder de indruk van zijn publicaties en hij van mijn research en de samenstelling van de fietsroute. Hij had nog wat aanvullingen en ik ging weg met de belofte dat ik zonodig een beroep op hem kan doen.
Die belofte kreeg ik overigens ook van alle ‘Olavs-mensen’!

En zo kwam er een eind aan het eerste - fysieke - deel van het werken aan de Olavspad-fietsroute. De komende maanden zal ik me bezighouden met het tweede deel: het schrijven van de gids.

Nog wat statistieken:

  • aantal gefietste kilometers: bijna 1600. De fietsroute van Oslo naar Trondheim wordt rond de 650 km., maar ik heb bijna alles dubbel gefietst, plus alternatieve routes
  • Nul mankementen. Zowel mijn fiets en als ik zelf zijn ongeschonden uit de strijd gekomen. Zelfs geen enkele lekke band.
  • 32 dagen gefietst (243 uur). In Noorwegen 5 dagen met de auto gereden (geen hele dagen, slechts enkele uren per dag)

Mijn speciale dank gaat uit naar (van zuid naar noord):

  • Øyvind Vold, fietsboekenschrijver uit Oslo
  • Jane Dahl van het pelgrimscentrum in Granavollen
  • Tone Stræte, Ann-Elin Lium en Bente Fekene van het pelgrimscentrum in Hamar
  • Janke Meijer van de pelgrimsherberg Gildesvollen in Ringebu
  • Joar en Magni Fjellstad van de pelgrimsherberg Nørgar Voll in Rennebu
  • Hans-Jacob Dahl van het pelgrimscentrum in Hjerkinn
  • Heidi Brimi, Hans-Morton Løvrød en Mattias Jansson van het pelgrimscentrum in Trondheim

Hartelijk dank voor jullie hulp en inspiratie!!

En tot slot bedank ik Remy, mijn grote steun en toeverlaat.

Ha det bra ?

N.B. Elke nieuwsbrief ben ik begonnen met een (soms aangepast) couplet van “Onderweg” van Willem Vermandere. Toeval of niet, maar ik heb precies alle coupletten kunnen toepassen en eindig nu met het eerste couplet. Want eigenlijk verlang ik nu alweer naar het bergland en de rotsen, met een bos aan de waterkant.
Maar eerst onderweg naar de volgende bestemming: de publicatie van de gids!

img 9077img 9110img 9156img 9227img 9234img 9254img 9376img 9397img 9438img 9473img 9526 

En nog wat foto's van Oslo die je niet gauw in een reisgids zal tegenkomen:

oslo img 9615oslo img 9643oslo img 9662oslo img 9667oslo img 9682oslo img 9704oslo img 9744oslo img 9747oslo img 9756oslo img 9759oslo img 9767oslo img 9770oslo img 9772