Dag 3, vrijdag 7 mei 2010, Lemelerveld – Zwolle
Afstand: 35½ km
Weer: fris, regenachtig
Route:
Lemelerveld, Heino, Lierderholthuis, Laag Zuthem, Hoog Zuthem, Zwolle-Zuid, Hattem, Spoolde, Frankhuis, Stadshagen
Het is vannacht gaan regenen en als we wakker worden regent het nog steeds. Van de campingbaas mogen we zo lang blijven als we willen. We ontbijten in De Beste Kamer en besluiten dat dit echt een perfecte camping is, daar zijn we het allebei over eens.
Zodra het even droog is, breken we de tent af. Wachten tot de tent ook droog is heeft geen zin, want het kan elk moment weer gaan regenen.
Het waait en het is koud als we de fiets opstappen. Maar we vinden het niet erg, het regent in ieder geval (nog) niet.
Als het lunchtijd is, kopen we een paar broodjes bij de bakker in Heino. Omdat we nu toch echt een enorme bui zien aankomen, vraag ik bij de bakker of er hier in het dorp een muziekkoepel is, of iets anders waar we droog onze broodjes kunnen eten. Maar de dames hebben een beter idee: “Zet de mand met broodjes maar op de grond, dan kun je hier, voor de winkel, op de stoeltjes zitten”. Dat is natuurlijk reuze aardig!
Als we voor de winkel zitten, begint het te regenen. We zien nog twee vakantiefietsers voorbij komen: een vrouw en een jongen. Hé, dat is toevallig!
En als we later weer op de fiets zitten, zien we ze weer bij de spoorwegovergang voorbij Heino. Vanuit de verte zien we dat iemand hun fietsen optilt over de spoorwegovergang. Tegen de tijd dat wij er aan komen, komen we erachter waarom we eigenlijk deze weg niet in hadden mogen fietsen... Er is, in plaats van een spoorwegovergang, een enorm gat in de weg. Ook wij tillen onze fietsen er overheen. Een paar honderd meter verder moeten we eigenlijk weer over het spoor, maar hier zijn ze aan het werk. En nee, dit keer mogen we er echt niet langs.
Ach, we wilden toch wat extra kilometers maken vandaag, dus het geeft niet.
In Lierderholthuis stoppen we even omdat ik de kaart wil omdraaien. De andere twee vakantiefietsers zien dat we zijn gestopt en komen naar ons toe. Het blijkt dat ze helemaal geen kaart bij zich hebben en omdat we nu moeten omrijden, weten ze de weg niet meer. Hun eindbestemming is Zwolle-Zuid, dus leren ze even snel de paar knooppunten die ze nog moeten, uit hun hoofd. Samen fietsen we een stuk verder, Erwin en de jongen voorop. De vrouw verteld dat ze de oma is. Ze heeft eerst een paar dagen met zijn broer gefietst en nu met hem. Ik zeg dat ik best begrijp dat ze het zo doet, het is een hele verantwoordelijkheid twee jongens van twaalf en tien. “O, nee. Dat is niet de reden”, reageert zij. “Ze kunnen helemaal niet met elkaar overweg en maken altijd ruzie. Nee, ik wil ze echt niet tegelijkertijd hebben”.
Ik vraag haar of de jongens het leuk vonden en of zij zelf ook genoten heeft. Ze moppert een beetje dat het te koud en te nat was en dat de jongens zich nogal verveelden. Nee, ze is blij dat ze weer naar huis kan.
Als we na een paar kilometer weer met z’n tweeën verder gaan hoor ik van Erwin hele andere verhalen! De jongen had nogal opgeschept en ook verteld dat ze hadden gekampeerd, terwijl de oma mij toch echt verteld had dat ze steeds in een pension overnacht hadden. We zijn allebei nogal verontwaardigd, helemaal omdat de jongen ook geen bagage bij zich had: oma had alles op haar fiets.
We komen tot de conclusie dat wij het samen blijkbaar toch een stuk gezelliger hebben!
We fietsen om Zwolle-Zuid heen en komen op een mooi fietspad langs de IJssel. Hier lopen drie dames breeduit over het pad. We bellen, ze gaan iets opzij en Erwin, die voorop fietst, kan er net langs. Maar dan raakt zijn fiets van het iets hoger gelegen fietspad af en plotseling ligt hij op de grond.
Gelijk staan de drie dames om hem heen “Ach, wat zielig. Och, jochie... Heb je je pijn gedaan? Oh.. je handen, die zijn ijskoud!” Ik word beschuldigend aangekeken alsof ze willen zeggen: wat doe je zo’n jongen aan!
Grrr...
Ik zie dat Erwin het vreselijk vindt, volgens mij nog erger dan de pijn aan zijn handen en knieën. Dapper staat hij op. De fiets is gelukkig nog heel en we gaan weer verder. Zijn ene knie is pijnlijk en op de handen zitten schaafplekken. Al die tijd heeft hij fietshandschoenen aan gehad en vandaag had hij ze juist uitgedaan.
Ik vraag of hij nu toch niet liever rechtstreeks naar huis wil. Nee hoor! Anders komen we niet over de honderd kilometer, dus we gaan nog gewoon naar Hattem, wat we bedacht hadden.


Wachten op het pontje over de IJssel naar Hattem

Op het pont over de IJssel naar Hattem
We fietsen door Hattem, langs het water en willen over de brug weer terug. Bij de nieuwe spoorbrug stoppen we even om te kijken hoe ver ze al zijn. Een tijd terug is Erwin met zijn ouders wezen kijken, toen ze de brug gingen plaatsen en hij is benieuwd hoe het er nu voor staat. Zo te zien is het nog lang niet klaar.

En zo komen wij, met 103 kilometer op de teller, in Stadhagen aan. Wouw... wat ben ik trots op Erwin!
En we zijn nog niet eens in huis of hij vraagt of hij nog een keer mee mag...
Zeker mag hij nog een keer mee!
Erwin, je was een ontzettend leuke en gezellige reisgenoot. Dankjewel!
Veni Vidi Fietsie!