Het landschap is zo mooi dat het vanbinnen pijn doet - Liv Ullman
Er was eens een toerist die Bergen bezocht. Na drie dagen regen vroeg de man aan het zoontje van de herbergier: “Is het hier ook wel eens droog?” “Dat weet ik niet, meneer”, antwoordde het ventje, “want ik ben nog maar zes”.
Met gemiddeld zo’n 200 regendagen per jaar, is Bergen de meest regenachtige stad van Europa. Als wij de stad binnen fietsen, is het weliswaar wat bewolkt, het is droog en regelmatig laat de zon zich zien.
In Bergen eindigt de Noordzeeroute. Een fietsroute rond de Noordzee, die ook langs ons huis komt en waar wij dus elke dag een stuk van fietsen. Er zijn onderweg veel meer overeenkomsten met thuis. Wind! Net als bij ons, kan dat soms niet hard genoeg. En eventjes waren we van slag: we dachten ver van het Westland verwijderd te zijn. Maar nee, zelfs inclusief kassen! (voor wie niet zo goed kent: wij wonen in het Westland, bekend om de glastuinbouw). We fietsen over de Vestlandske hovedveg en langs een Vestlandsk museum. En net als thuis vallen we ook hier vaak in slaap met het geluid van de branding.
Verschillen zijn er ook. ‘Onze’ Noordzeeroute mag dan mooi zijn, hier kom ik superlatieven te kort! Remy vatte dat samen met Marry Poppins’ “superformiweldigeidefantakolosachtig”. Mocht je dat te moeilijk vinden om te lezen: de foto’s spreken voor zich.
Weten jullie trouwens dat het echte Vrijheidsbeeld in Noorwegen staat?
Dinsdagochtend gingen we op pad met Wenche Lindtner van het pelgrimscentrum in Avaldsnes. We hebben een fietstocht gemaakt naar het voormalige mijndorp Visnes op het eiland Kamrøy. Een mooie plek met een museum, een pelgrimsaccommodatie en het Vrijheidsbeeld, waarvan ik altijd dacht dat het in New York stond. Die in New York is vast een replica van deze.
Bergen is mooie stad. We hebben gisteren in de wijk Bryggen het pelgrimscentrum bezocht en vandaag kunstmuseum KODE. Bergen is ook een fijne fietsstad. Het heeft een 3 kilometer lange tunnel, de langste fietstunnel ter wereld. Daar moesten we natuurlijk doorheen! Of eigenlijk twee keer. Want we kwamen in een deel van de stad waar we helemaal niet hoefden te zijn en dus gingen we ook door de tunnel weer terug.
“Hebben jullie al door de tunnel gefietst?”, vraagt de oude dame. “Ja, dat hebben we net gedaan”, zeg ik in mijn beste Noors. “Ik heb gisteren tien keer heen en weer gelopen!”, en ze steekt tien vingers in de lucht. Ik twijfel of ik haar goed verstaan heb. De tunnel is 3 km lang. 30 kilometer gelopen? Door een tunnel? Nou ja, wat ze ook gedaan heeft gisteren, ze keek trots en straalde van onze complimenten. Hoe dan ook heeft ze een megaprestatie verricht!