Los van vastgeroeste ideeën, onderweg pluk je den dag
Pelgrim ben je heel je leven, vorderen doe je liefst zigzag
Haast u, haast u, uiterst langzaam, want het einddoel is bekend
Daar valt weinig van te zeggen, hopend op een happy end
Daar valt weinig van te zeggen, hopend op een happy end
Vrij naar: Onderweg - Willem Vermandere
“Daar kun je niet fietsen hoor!”
De man kijkt naar eerst naar mijn fiets, dan naar het pad en dan naar mij…
“Dat gaat je echt niet lukken!”
“Maar heb je het wel eens geprobeerd?”, vraag ik hem.
“Ikke?? Nee joh!”
Het Olavspad gaat hier naar links en alleen als het echt niet fietsbaar is, zoek ik een alternatief. Maar ik wil het wèl met eigen ogen zien.
“Ik probeer het. En als het niet lukt, dan kom ik terug”.
“Nou, tot zo dan”, sprak de man ietwat cynisch. Het zal me niet verbazen als hij me hoofdschuddend nakijkt.
En zo toog ik aan de afdaling. Weliswaar over een onverhard pad, maar nog prima te fietsen. Maar stel dat hij gelijk heeft en het pad wordt op den duur (na 1 kilometer? Of 5 kilometer?) ‘onfietsbaar’, dan moet ik helemaal terug.
Klimmen…
Gelukkig had de man ongelijk en het bleef een prima te fietsen pad. Maar het komt ook regelmatig voor dat ik een pad inga, wat op den duur echt niet meer te fietsen is. Het pad wordt smaller, van gravel naar bospad, van fietsbaar bospad tot onfietsbaar bospad (stenen, boomwortels) en gaat dan of heel steil omhoog of heel steil naar beneden. En dan maar weer terug. Soms kilometers lang omdat de eerste kilometers wel prima te doen waren. Dat is balen, maar elke keer ben ik toch tevreden: ik heb het toch geprobeerd, voor het zelfde geld was het wel gelukt. En ik kan straks uitleggen waarom de keuze voor een alternatieve route noodzakelijk was.
Soms twijfel ik. Ìk kan het dan wel fietsen, maar ik zie al mopperende fietsers voor me, die dat toch echt te zwaar gaan vinden. Ook dan fiets ik èn de beoogde route, èn de alternatieve route. Dan kan men zelf kiezen aan de hand van de omschrijving.
Per dag kom ik niet verder dan zo’n 40 à 50 kilometer. Dat komt niet alleen door het ‘op en neer’ fietsen, maar ook maak ik onderweg veel foto’s en filmpjes. En ik stop al rond drieën. Daarna begin ik moe te worden, ben ik niet zo alert meer en het gaat me dan aan moed ontbreken om nog even dat ene steile bospad uit te proberen.
Natuurlijk moet de route ook nog in de computer worden gezet en alle aantekeningen (ingesproken in dictafoon) verwerkt worden.
En ik vind het toch leuk! Ik ben echt helemaal in mijn element. Het is zwaar, maar vooral lichamelijk zwaar, al is dat tot nu toe geen enkel probleem. Ondertussen heb ik de oost- en de westroute helemaal gecheckt. Als je op de kaart kijkt (hiernaast, of op telefoon onderaan) zie je dat je tussen Oslo en Lillehammer de keuze hebt tussen twee routes. De oostelijke route is de weg die de middeleeuwse pelgrims namen en die langs vele historische plekken komt. De westelijke route is groener en mooier in landschappelijke zin en je komt langs het gebied waar Olav is opgegroeid.
Beide routes heb ik nu gefietst. Ik had halverwege de westroute de auto neergezet bij de pelgrimsherberg in Sognsgården van Jane Dahl, de coördinator van de westroute, en ben eerst zuidwaarts naar Oslo gefietst. Vervolgens de gehele oostroute tot aan Lillehammer en van Lillehammer via de westroute weer terug naar Sognsgården.
Gisteren heb ik Jane gedag gezegd en ben ik met de auto noordwaarts gereden, waar ik vandaag aan de tweede etappe ben begonnen.