Dag 1, dinsdag 5 augustus: Zeist – Utrecht – …

Weer: regen
Aantal gefietste km.: 15

Route:

Fiets: Zeist, Bunnik, Utrecht CS
Trein: Utrecht CS richting Denemarken

Alles was keurig gepland. Zaterdag verhuizen, zondag allerlei klussen in het huis doen, maandag alles voor de vakantie klaarmaken en oppassen op Philine en Otto en dan zou ik dinsdag overdag nog genoeg tijd over hebben voor dingen die nog op het laatste moment zouden moeten.
Maar ja, ik had even geen rekening gehouden met onvoorziene zaken, zoals ziek worden bijvoorbeeld. Nadat ik zondag samen met Peter nog wat spullen had gehaald bij Jan en Vera, begon ik me steeds beroerder te voelen. Of het nu van de stress kwam of omdat ik werd aangevallen door een leger virussen, ik weet het niet. In ieder geval waren mijn maag en darmen maandagavond compleet gereinigd. Ik besloot af te wachten hoe het me de nacht zou vergaan en dan dinsdagochtend beslissen of ik wel of niet zou gaan.
Gelukkig was ik vanmorgen helemaal weer beter, al voelde ik me zo slap als een vaatdoek.

Op naar Denemarken!
Omdat ik de afgelopen twee dagen verre van productief ben geweest, moet er vandaag nog heel wat werk worden verzet. Een groot deel van de vakantiespullen had ik al uitgezocht en apart gehouden voordat ik ging verhuizen, maar waar is de hoes voor de slaapzak? En de bidons? En help… mijn fietsvakantiejas zit onder de schimmel (mijn vorige huis was nogal vochtig). Tot mijn ontzetting kom ik er achter dat, ondanks de ijverige virusjes, ik nog maar in 1 afritsbroek pas.
Ik spring op de fiets en spurt naar Zeist, op zoek naar een erg goedkope jas en een erg goedkope broek. Daar gaan mijn goede voornemens om geen extra geld uit te geven. Gelukkig zijn begin augustus alle vakantiespullen al in de aanbieding en ik vind een supergoedkope afritsbroek, een driekwart-outdoor-broek (wat dat ook moge zijn) en een mooie groene jas, wind en waterdicht.
Als mijn tassen zijn gepakt en ik mijn fiets opgeladen heb, is het al vier uur. Over twee uur moet ik wegfietsen, wil ik op tijd op het station zijn.
Nu nog mijn huis netjes achterlaten voor Maarten en Els. Zij zorgen de komende weken voor post en plantjes. Als een kip zonder kop vlieg ik door het huis en exact om zes uur stap ik op de fiets.

De hele dag is het prachtig weer geweest, maar ik ben nog niet bij Bunnik of het begint te regenen. Zou dit een voorbode zijn van een regenachtige vakantie? Vast niet. Nee hoor, daar geloof ik niet in. En optimistisch bedenk ik dat het de hele vakantie vast en zeker heel mooi weer zal zijn!

Om met fiets + bagage op het juiste moment in de juiste wagon te stappen, zijn er nogal wat vaardigheden vereist. En stalen zenuwen. Nu komt er even een kleine theoretische verhandeling:
Om het overzichtelijk te houden kom je in het bezit van 3 tickets, één ticket voor de fiets (die je aan de fiets moet bevestigen), één reserveringsticket voor de fiets en één ticket voor jezelf. Op mijn kaart staat het treinnummer, het wagonnummer en het nummer van mijn zitplaats. Op de kaart van de fiets staat ook het treinnummer (oef, gelukkig hetzelfde), het wagonnummer en het nummer van de fietsplaats (een soort fietsenrek waar hij in komt te staan). Er staat niet op de tickets op welk perron de trein aankomt, dus dat dient eerst uitgezocht te worden.
Van te voren weet je dat de trein maar een paar minuten stil staat voor hij weer vertrekt. Natuurlijk kun je die tijd rekken door òf in de deuropening te blijven hangen, eventueel met fiets òf aan de noodrem te trekken. Vooral dat laatste wordt niet erg gewaardeerd en daarom kun je maar beter zorgen dat je alles op tijd binnenboord hebt.
Op het perron staat een bord met daarop de volgorde van de wagons van de internationale treinen. En op welk gedeelte van het perron de wagons stil komen te staan.
Ik zie dat mijn wagon helemaal vooraan zit en aan het eind van het perron aankomt, bij vak E. Ik sta al helemaal klaar om straks de voor mijn neus opengaande deuren in te springen.

Was het allemaal maar zo gemakkelijk.
De trein komt aan en rijdt tot mijn ontsteltenis nog een heel eind door. Ik spurt er achteraan en kom bij mijn wagon waar toevallig net niemand in of uit moet. Dus ook niemand die ik even om hulp kan vragen. Ik wurm mijn fiets door een hele smalle deur, twee treetjes op naar binnen. Oef, gelukt. Dan zie ik opeens dat ik door de verkeerde deur naar binnen ben gegaan. De fietsen horen aan de andere kant te staan en de enige manier om daar te komen, is er weer uit, over het perron door de andere deur weer naar binnen. Het lukt me niet om zo snel de fiets er weer uit te wurmen en ik ruk mijn fietstassen van de fiets en gooi ze de trein uit. Spring zelf de trein uit, trek mijn fiets naar buiten en doe iets wat ik normaal gesproken nooit doe. Wat zelfs elke fatsoensnorm te boven gaat: ik klamp een argeloze uitzwaaier aan die bij de volgende wagon staat, vraag, nee ik dwing hem achter me aan te komen met de fietstassen. Snel duw ik de fiets naar binnen, ga in de deuropening staan zodat de deuren nog niet dicht kunnen en pak de fietstassen aan van mijn niet-meer-zo-argeloze-doch-gewillige helper. Ik kan hem nog net in verschillende talen dankjewel toeroepen – in de gauwigheid had ik ontdekt dat hij geen Nederlands sprak – als de deuren met een klap dichtvallen. Pffff, ik plof op de grond naast m’n tassen en bedenk dat ik de volgende keer uitgezwaaid wil worden.
Als alles, inclusief ikzelf, bij elkaar geraapt is en op de juiste plek terecht is gekomen, kan ik eindelijk tot rust komen.
Ik zit in een 6-persoons coupé met nog drie andere mensen. Gelukkig heb ik een plek bij het raam met naast me ook nog een beetje ruimte om het een en ander neer te zetten. De reis gaat beginnen.

Als het 23.00 is, staat de trein 2 uur lang stil vanwege, wat achteraf blijkt, iemand met een vals paspoort. Al die tijd blijf ik wakker en loop af en toe door de gang om mijn benen te strekken.
Het grote nadeel van een nachttrein is dat je niet naar buiten kan kijken, behalve als je dwars door een grote stad komt. Zo mag ik midden in de nacht de Dom van Keulen aanschouwen, maar daar blijft het ook bij.
Lezen lukt niet echt. Mijn medepassagiers hebben de verlichting uitgedaan en de gordijnen gesloten.
Zo blijf ik wachten op het ochtendgloren…

 

Dag 2, woensdag 6 augustus: … - Odense – Nyborg

Weer: regen
Aantal gefietste km.: 35

Route:

Nationale route nr. 6
Trein: aankomst Odense
Fiets: Odense, Davinde, Rønninge, Skellerup, Vindinge, Nyborg

Om drie uur word ik plotseling wakker. Blijkbaar heb ik toch even geslapen. Met een ruk wordt de deur van de coupé open getrokken en klinkt er een bars “reservations please!”
Ook goeiemôgge.
Gemopper alom en van slapen komt het daarna niet meer. Ik ben verbaasd over mijn Duitse buurvrouw die de hele reis blijft slapen. Ze was vannacht ergens in Duitsland ingestapt, ging zitten en viel prompt in slaap. Af en toe wordt ze wakker, maar dut dan ook gelijk weer in. Ze snurkt een beetje, maar dat geeft niet.

Rond zevenen is iedereen wakker en in plaats van onze medereizigers alleen maar een beetje te bekijken, raken we nu ook met elkaar in gesprek. De dame tegenover mij is een Zweedse van Iraanse afkomst, mijn buurman is Nederlander en ook van Iraanse afkomst (toeval). Schuin tegenover mij zit Roos. Zij blijkt een dochter te zijn van een componist die onlangs voor Frans, een van onze beiaarddocenten, een nieuw werk heeft gecomponeerd. Inmiddels zijn de twee Duitse vrouwen die in Duitsland ergens in zijn gestapt, weer uitgestapt en we zijn weer met z’n vieren.
We vertellen elkaar over onze Denemarken-ervaringen. Roos heeft er een aantal maanden gestudeerd en mijn buurman heeft er een broer wonen. Als hij hoort wat ik vorig jaar in Denemarken heb gedaan en nu weer ga doen, stijg ik kilometers in zijn achting. “In je eentje???”. “En als het nou gaat regenen?” Wel, in het ergste geval word ik nat. “Kamperen???”.
We doen een spelletje spreekwoorden raden. Mijn buurman – ik weet zijn naam niet meer – noemt het begin van een spreekwoord en ik vul hem aan en vise versa. We hebben een enorme lol en Roos kijkt ons vanaf de overkant meewarig aan. Zij weet er geen, “niet opgelet op school”. Ondertussen zit het Zweeds-Iraanse meisje maar te bellen en te sms-en, in het Iraans, af en toe huilt ze zachtjes. “Problemen met haar vriendje”, vertaalt mijn buurman.
Om de zoveel tijd komt er weer een (nieuwe) conducteur binnen die de tickets wil zien. Als we in Denemarken aankomen, krijgen we voor de tweede keer een paspoortcontrole. Weer blijkt er iets mis te zijn met iemands paspoort en we blijven een uur in Padborg staan.

Ik had me erg verheugd op de treinreis door Denemarken, maar het valt tegen. Nu is het zuiden van Jutland niet heel erg bijzonder, maar vanaf de fiets zag het er vorig jaar veel mooier uit dan nu vanuit de trein. Eigenlijk vind ik het maar een saaie bedoening, al speelt het weer natuurlijk ook mee: het is op dit moment grauw en grijs.
Om half twaalf komen we na drie uur vertraging eindelijk aan in Odense. In tegenstelling tot het instappen, verloopt het uitstappen vlekkeloos. Er moeten meer mensen uit met een fiets en samen werken we alles naar buiten. Tussen de kluwen van fietsen, fietstassen en overige bagage vis ik mijn spullen ertussenuit en tuig mijn fiets op. Ik ben doodop, geradbraakt en wil maar één ding: horizontaal.

Huis bij DavindeMaar… ik ben weer in Denemarken!! Ik word er helemaal vrolijk van en spring op de fiets. Ik zie meteen al bordjes van route 6 en rij door Odense richting het oosten. Ik heb niet echt een vastomlijnd plan. Ik wil in ieder geval andere routes nemen dan vorig jaar en als het even kan zou ik ook nog naar het eiland Bornholm willen. Dit Deense eiland ligt onder Zweden en ligt een heel eind, 6 uur varen, van de andere Deense eilanden vandaan. Jørn en Hanne, die ik vorig jaar ontmoet heb, hebben me ook uitgenodigd om langs te komen. Omdat zij binnenkort zelf op vakantie gaan, besluit ik eerst maar eens richting Oost-Sjælland te gaan, waar zij wonen.

Ik ben nog niet eens zo lang onderweg of het begint te regenen. Ik kijk in mijn boekje “Overnatning i det fri” of er ergens in de buurt een kampeerplek is met een shelter en tot mijn verassing hoef ik daar niet ver voor te fietsen. In het havenstadje Nyborg, op het terrein van een school, staan een aantal shelters. Het voordeel van een shelter boven de tent is dat je een veel grotere ruimte tot je beschikking hebt zodat je, tijdens de regen toch gewoon lekker buiten bent en ook kan koken. Ik gebruik de binnentent als ‘slaapkamer’, handig tegen muggen en ander ongedierte en tegen de wind.
In de gymzaal van de school mag ik de douche en het toilet gebruiken. De eigenaar vraagt of het wel naar m’n zin is. Naar m’n zin?? Zo’n enorme badkamer heb ik thuis niet eens en is heerlijk na een vermoeiende dag treinen, fietsen, zweten en nat regenen.
Hij verontschuldigt zich voor het lawaai van de snelweg en ik hoor inderdaad af en toe een auto in de verte. Nou ja, hier hóór je tenminste de auto’s nog, bij ons is het meestal stil omdat ze in de file staan.

’s Avonds loop ik nog even naar het strand. Heel in de verte zie ik de brug over de Store Bælt (store = groot).
Moet ik daar morgen overheen? Hanne had me gemaild dat je daar niet overheen mag fietsen, maar de trein moet nemen. Ik krijg claustrofobische gedachten: het is een enorme brug, je kan niet eens de overkant zien. Daar ga ik voor geen goud overheen, stel dat de trein ontspoort of zoiets, je kunt geen kant op! Ik heb het niet zo op ‘ruimtes’ zonder vluchtroutes, althans, vandaag niet. Nee hoor, ik ga wel onderlangs over een paar eilandjes met veel kortere bruggen of pontjes.

 

Overnatning i det fri bij NyborgStrand bij Nyborg

Mijn eerste overnachtingsplaats en Strand bij Nyborg