Dag 5, zaterdag 9 augustus: Sønder Longelse – Sandager
Weer: zon, keiharde wind. Alleen rond middaguur een flinke bui
Aantal gefietste km.: 108
Route:
Nationale route nr. 8, Regionale route nr. 38
Fiets: Sønder Longelse, Pederstrup, Spodsbjerg
Boot: Spodsbjerg, Tårs
Fiets: Tårs, Sandby, Lindelse, Nakskov, Langø, Ydø, Maglehøj, Kramnitse, Rødbyhavn, Brunddragene, Bjernæs, Sjæltofte, Egelund, Bremersvold, Sandager
“Moet ik er aan de andere kant van de laadruimte uit?”, vraag ik aan de beide bootmedewerkers. Op zich geen gekke vraag, want ik ben ook aan de andere kant binnengekomen en na vertrek uit de haven, is de boot gekeerd. Ik wil graag weten of ik mijn fiets om moet draaien.
“Ha, ha, hoor je dat?” vraagt de man met de baard aan de man zonder baard. Hij richt zich weer tot mij. “Je wilt er aan de andere kant uit? En dan? Zwemmen naar de overkant? Dan kun je beter in de boot blijven zitten hoor, we varen weer terug, dan hou je tenminste droge voeten, ha ha!”
Grapjassen. Ik ben m’n richtingsgevoel een beetje kwijt, de boot is inmiddels wéér gedraaid en daar gaat de deur al open en ik kijk recht in een groot gapend gat waar ik als eerste uit mag rijden.
Het toeristenbureau in Nakskov bevindt zich in een voormalige apotheek. Een gedeelte van het gebouw is ingericht als apothekersmuseum en ik besluit twee vliegen in een klap te slaan: een kijkje nemen in het museum en informatie inwinnen over route nr. 38 die ik hier over Lolland wil gaan volgen.
Een vriendelijk dame staat me te woord en vertelt dat de route gewijzigd is en nu in zijn geheel langs de kust loopt vanaf Naksov, in plaats van gedeeltelijk. Ze belooft me twee dingen: dat het een hele mooie route is èn dat het vandaag mooi weer blijft.
Ze tekent op een plattegrond hoe ik vanuit de stad op de route terecht kom en voor ik het weet zit ik weer op de fiets. Museum vergeten…


Tourist Office in Nakskov / Zicht op Nakskov
Ik sla een verkeerde weg in en kom daar na ongeveer 10 kilometer pas achter (ik vond het al zo lang duren voor ik weer kust zag…). Omdat volgens de dame van het toeristenbureau de kustweg prachtig is en ik die echt niet mag missen, rij ik weer terug.
Vlak voor dat ik weer in Nakskov ben, zie ik het gemiste bordje en rij vervolgens alsnog de juiste weg in. Maar mooi??
Het lijkt meer op een verlaten bouwterrein. De weg is onverhard en modderig van de regen van gisteren. Heb ik daarvoor 20 kilometer extra gereden? Het duurt een tijdje voordat ik dan toch op een mooie weg kom, helemaal om het Nakskov Fjord heen.
Maar dan begint de lucht te betrekken en wordt de (tegen)wind steeds harder.
Het fietstochtje over een idyllisch weggetje langs een schitterend Fjord wordt een uiterst hachelijke onderneming!
Door de keiharde tegenwind kan ik amper op het (smalle) fietspad blijven. Harde slagregens belemmerden het zicht. Af en toe stap ik van de fiets en loop een stukje omdat ik anders waarschijnlijk de zee in waai.


Weg langs Nakskov Fjord / Uitzicht over het Nakskov Fjord
Langzamerhand klaart het weer op. Het blijft hard waaien, maar ik weet dat ik de wind straks mee zal hebben.
Dan hoor ik plotseling geblaf achter me en zie in de verte twee honden achter me aan komen. Ook dat nog. Nou ben ik niet bang voor honden, maar ik neem toch maar het zekere voor het onzekere en spurt er vandoor. Ondertussen bedenk ik waar ik m’n Dazer heb. Normaal hangt hij altijd aan m’n stuur… waarschijnlijk zit ‘ie in mijn stuurtasje, maar om nu te gaan stoppen, is geen optie.
Een Dazer is een apparaatje dat een hoge pieptoon voortbrengt als je er op duwt. Voor mensen niet of amper te horen, maar voor honden is het een naar geluid. De bedoeling van zo’n apparaat moge duidelijk zijn. Mede door de Dazer heb ik nog steeds kuiten wat erg nuttig is voor fietsen en wandelen.
Maar nu lopen mijn kuiten gevaar en ik race als een kip zonder kop over het idyllische fietspad langs het prachtige Fjord. Het vuur wordt me aan de schenen gelegd, maar dat vind ik op dit moment minder gevaarlijk dan een hondenbeet.
Af en toe kijk ik achterom en ze komen steeds dichterbij. Het lijken nu reusachtige monsters die waarschijnlijk aan mijn kuiten niet genoeg zullen hebben. Zie ik nou ook schuim uit hun bekken komen? En zwavel uit hun oren?
Al fietsend probeer ik toch mijn stuurtas te openen en wonder boven wonder voel ik gelijk de Dazer. Ik richt naar achteren en druk kort op de knop (langer duwen is dierenmishandeling, denk ik). Een van de twee honden stopt meteen, maar de ander loopt door. Waarschijnlijk doof…
Ik druk nog een paar keer, zelfs langer aangehouden, maar de hond blijft rennen en nadert met rasse schreden. Als hij ter hoogte van mijn achterwiel is, begin ik tegen hem te praten: “Braaf hondje, braaf”.
En dan…
Rent hij me voorbij! Verbijstert kijk ik hem na. Ik stap mijn fiets af en kijk achterom. De andere hond heeft zijn missie inmiddels ook weer hervat en is nog maar een paar meter van me verwijderd. “Jij ben ook braaf. Echt!”.
Dan staat de hond stil.
Slik…
Plotseling zie ik een staart kwispelen en kijk ik recht in twee olijke hondenogen. Hij begint al blaffend om me heen te rennen. “Dus jullie wilden alleen maar spelen?”. De eerste hond komt terug en doet gezellig mee.
Van enorm gevaarlijke monsters zijn ze veranderd in speelse jonge honden. Pfff…. Van pure opluchting blijf ik even met ze stoeien.
Dan komt de baas er aan sjokken. “Ze doen niks hoor! Grote bek, maar een klein hartje. Maar luisteren, oh nee, als ze een fiets zien, moéten ze er achter aan rennen.”
Ja, vertel mij wat…

De landtong Albuen heeft de vorm van een lange staart en is alleen per voet toegankelijk. Aan het eind van de landtong ligt het piepkleine gelijknamige vissersdorpje.
Langs de hele zuidkust van Lolland loopt een fietspad, kilometers lang. Ik realiseer me dat ik nu erg geluk heb met het weer: het is inmiddels prachtig en de harde wind heb in mijn rug. Het lijkt me een verschrikkelijke weg om in de regen met tegenwind te fietsen. Je zit namelijk pal aan zee, vol in de wind zonder enige bescherming.
Ik krijg gezelschap van een wesp. Normaal gesproken vind ik het gezellig als er iemand een stukje met me mee fietst, maar deze dringt zich wel heel erg aan mij op, daar ben ik niet zo van gediend.
Er zijn deze zomer veel wespen, je kunt niet eens fatsoenlijk iets te eten pakken of je wordt meteen overvallen door een horde wespen.
Ik merk dat de wesp nog steeds met me mee vliegt en ik fiets nota bene rond de 30 kilometer per uur! Hij heeft zich blijkbaar voorgenomen mij te grazen te nemen en blijft gevaarlijk dicht bij mijn hoofd. Hmm… dit vereist een geheel andere aanpak dan een achtervolging door honden. Het zoemen klinkt grimmig, meneer heeft duidelijk de bokkenpruik op.
Dan is het plotseling stil en ik haal opgelucht adem. Ik ben nog nooit door een wesp gestoken en omdat er onlangs een allergie voor insektenbeten bij mij is geconstateerd, ben ik extra voorzichtig. Ik heb nog steeds een paar ontstoken plekken van insektenbeten die ik vorig jaar in Denemarken heb opgelopen.
Au...!
Ik voel plotseling een prik in mijn hals en zie de wesp zich haastig uit de voeten maken. Ik zal er niet eens raar van op kijken als hij zich nog omdraait en ‘lekker puh..’ roept.
Help, wat nu? Ik fiets juist langs een huis en zie een man voor het raam staan. Ik stap van de fiets en neem plaats op het bankje tussen de zee en het dijkje en wacht af. Stel dat ik me raar ga voelen of mijn hals enorm gaat zwellen, dan bel ik meteen aan bij het huis. In het kleine woordenboekje wat ik bij me heb, zoek ik het woord wesp op. Dit blijkt ‘veps’ te zijn (spreek uit: weps). Kan ik onthouden.
In gedachten zie ik mij al aanbellen. De man doet open, ziet mijn gezwollen hals en mij met schuim op de lippen ‘weps’ prevelen, belt onmiddellijk de ambulance die mij met loeiende sirene over het smalle dijkje naar het ziekenhuis brengt. Een paar dagen later staat de meneer met foto en al in de krant als redder van een Hollandse fietser op klompen. Dat laatste is dan de journalistieke vrijheid die ze vast in Denemarken ook wel hebben.
Gelukkig niets van dit alles. Een kwartier lang blijf ik op het bankje zitten en alle rampscenario’s blijven uit. Opgelucht fiets ik weer verder.


Fietspad langs de zuidkust van Lolland / Blauw huis in de buurt van Errindlev. Hé, een blauwe. Die hadden we nog niet gehad. Toch zullen er nog velen volgen.
In de verte zie ik het Lalandia Feriecenter, in reisgidsen omschreven als “Het vakantiepark waar je altijd een zomers gevoel hebt! Met het grootste zwemparadijs van Denemarken waar de kinderen zich vermaken terwijl jij je heerlijk kan ontspannen.”
Ik krijg altijd de kriebels van dit soort vakantievermaak. Nee hoor, doe mij maar een fiets, dan leer je het land tenminste echt kennen. Lekker de hele dag buiten, voelen, proeven, ruiken…
Ja, ja. Wat heb ik deze vakantie vaak gewenst dat ik heerlijk droog en lekker warm in een vakantiehuisje van Lalandia zat.


Kamperen bij het haventje van Sandager. De eerste foto's van mijn nieuwe tent
Sandager Havn. Een prachtige kampeerplek pal aan het water. Als de avond valt, kijk ik naar dobberende vissersbootjes terwijl de zon langzaam ondergaat.

Dag 6, zondag 10 augustus: Sandager havn – Nykøbing F.
“Rustdag”
Weer: regenachtig, wind
Aantal gefietste km.: 45
Route:
Regionale route nr. 38
Sandager, Øllebølle, Herritslev, Nysted, Roden Skov, Frejlev Skov, Fuglsang, Nagelsti, Nykøbing F.
Het regent pijpenstelen. Al vanaf vannacht, een uur of twee. Ook heeft de harde wind van gisteren zich tot een storm ontwikkeld. Dit was de tweede nacht die ik in de tent doorgebracht heb en beide nachten zijn letterlijk stormachtig verlopen.
De kampeerplek is voorzien van een ruim en schoon toilet met een afdak boven de deur waar net een gedeelte van de fiets onder kan staan. Omdat ik gisteravond al regen in de lucht rook - echt, als je alleen nog maar buiten leeft, kun je met de neus regen voorspellen - had ik de fiets daar neergezet en de achtertassen op de bagagedrager laten zitten. Dit leek me een droge oplossing. Maar helaas, het afdakje bood absoluut geen bescherming tegen de regen in die harde storm.
Het afbreken van de tent heeft nog heel wat voeten en haringen in de aarde. Eerst leg ik alles wat in de tent ligt in het toilet. Mijn tent staat ongeveer 5 meter van het toilet vandaan en ik moet steeds rennen om de spullen droog over te laten komen, wat bijna lukt. Vervolgens stop ik de spullen in de fietstassen (die vanbinnen gelukkig nog droog waren) en maak de tassen aan de fiets vast. Zo, het toilet is weer leeg.
Ik trek snel alle haringen uit de grond en til de gehele tent in één keer op en zet hem in het toilet. De bedoeling van deze actie is dat ik in alle rust en zonder nattigheid de tent kan afbreken en inpakken zonder dat de binnentent nat zal worden. Ik moet zeggen, het lukt aardig. Niets is zo erg om in een natte tent te moeten slapen. Een natte buitentent is niet zo erg, maar is de binnentent eenmaal nat, dan hou je letterlijk niets meer droog.
En nu ben ik helemaal klaar om weg te gaan. Het ziet er uit alsof het nooit meer droog wordt, wachten heeft daarom geen zin. Ik wil net de fiets opstappen als er een auto bij de haven stopt en er een oude man uitstapt. Hij komt op me af en begint een heel verhaal.
“Unskuld, jeg taler ikke Dansk – Het spijt me, maar ik spreek geen Deens”. Dit moet je natuurlijk nooit in het vlekkeloos Deens zeggen, want dan is het niet geloofwaardig meer.
De man kletst dan ook gezellig door en ik begrijp dat hij vindt dat ik niet moet gaan fietsen in de regen. Ik kan hier in de werkplaats wel wachten tot het droog is en ondertussen mijn ontbijt nuttigen. Dat is tenminste wat ik er uit op maak.
Hij doet een deur van slot en ik loop achter hem aan naar binnen. Dit zou ik in Nederland nooit doen of waar dan ook ter wereld, maar we zijn in Denemarken en daar hoef je niet gelijk achterdochtig te zijn. Hier zijn nog mannen met goede bedoelingen.
Nu is het wel zo dat ik al ontbeten heb (in het toilet…ja, ja). Maar toch blijf ik hier even want het geeft me de gelegenheid om droog de kaart te bestuderen en een route uit te stippelen.
Als ik hiermee klaar ben, stap ik op de fiets. De oude zeeman hoofdschuddend achterlatend.


De werkplaats bij de haven, waar ik mag schuilen voor de regen / Door het raam kijk ik naar buiten. Een heel ander zicht dan gisteravond…


Verkeerde weg ingeslagen, maar hierdoor kom ik in Øllebølle / Roden Skove, hier grote herten gezien
Ik fiets door Roden Skove (= het rommelige bos). Het is zowaar even droog en het ruikt heerlijk. Waarom wordt dit bos rommelig genoemd? En wanneer is een bos dan netjes, opgeruimd? Geen idee, wellicht maak ik een verkeerde vertaling, maar rommelig bos klinkt wel sprookjesachtig.
Opeens zie ik, op zo’n 25 meter afstand, 3 enorme herten met grote geweien. Wauw… ik stop meteen, verbaasd dat ze mijn krakende en piepende fiets nog niet gehoord hebben.
Ik wil een foto maken, maar ben bang dat als ik nu een beweging of geluid maak, ze zullen schrikken.
Vol fascinatie blijf ik een poosje kijken. Ze blijven rustig doorgrazen. Als ik uiteindelijk besluit mijn fototoestel te pakken, schrikken ze op en rennen ze weg. Jammer, maar ook dit was een prachtig gezicht. Drie grote rennende herten.
Vlak voordat ik Lolland verlaat, fiets ik langs Multi Center Syd. Vorig jaar is hier mijn fiets gerepareerd (zie verslag 2007). Ik besluit Arne op te zoeken, maar vergeet even dat het zondag is. Helaas kom ik voor een gesloten deur.
Ik houd het voor gezien vandaag. Om 14.00 uur kom ik in Nykøbing waar een shelter zou moeten staan. Dit lijkt me wel wat, kan alles tenminste een beetje drogen.
Eigenlijk vind ik dat ik ook wel aan een rustdag toe ben, tenslotte is het zondag vandaag.
Ik kijk in mijn spiegeltje om te zien hoe het met mijn hals gaat. Gisteravond was hij dik en rood. Nu is alles weer in de juiste proporties, alleen is het nog rood gevlekt.
In gezelschap van een aantal wespen breng ik een rustige middag door met lezen, schrijven en de route van morgen voorbereiden.

Kampeerplek in Nykøbing
Dag 7, maandag 11 augustus: Nykøbing – Sortsø
Weer: warm, harde wind
Aantal gefietste km.: 94
Route: Regionale route nr. 40 “Around Falster”
Nykøbing, Idestrup, Væggerløse, Bruserup, Skelby, Gedser, Gedser Odde, Gedesby, Bøtøby, Marielyst, Teglskov, Mellemskov, Helnæs, Korselitse Østerskov, Søborg, Ore, Stubbekøbing, Sortsø
Vorig jaar roemde ik Denemarken om zijn perfect aangegeven fietsroutes. Tijdens mijn hele vakantie heb ik toen maar twee keer een bordje gemist (alle routes zijn bewegwijzerd met bordjes, super handig).
Dit jaar ben ik al verscheidene keren ‘verkeerd’ gereden en ik ben nog geen week op weg. Maar dat kan natuurlijk ook aan mij liggen. Soms ga ik terug omdat ik bang ben anders iets bijzonders te missen en soms fiets ik verder en beland vanzelf weer op de officiële fietsroute. Zo ook vandaag. Ik had langs de kust willen fietsen, maar in Nykøbing zelf kom ik op een andere weg terecht. Zo fiets ik door de binnenlanden van het eiland Falster en kom op mooie weggetjes.
Vorig jaar kwam ik aan de andere kant op het eiland aan en wilde toen de kustlijn volgen. Omdat het toen erg mistig was en ik geen tijd wilde verspillen aan mistige vergezichten, ben ik Falster recht over gestoken. Nu wil ik de kans niet onbenut laten, zeker met het prachtige weer van vandaag en de gunstige windrichting.
De meest zuidelijke plaats in Denemarken, Gedser, bevind zich op Falster, helemaal in het puntje. Daaronder ligt Gedser Odde (odde = landtong)


Gedser Odde, het zuidelijkste puntje van Denemarken


Kerk in Gedesby / Strand bij Bøtø


Strandkerk in Marielyst. Bijna alles in dit toeristische kustplaatsje heeft een naam met 'strand' er in / Huis aan de rand van het Teglskov
Tja, en dan kom je bij een leeg strand en met dit prachtige weer is het dan ook de ideale plek om even een duik te nemen, mijn haren en wat kleren te wassen. Niemand te zien, ik trek snel m’n badpak aan en loop het water in. Brr.. koud. Dapper loop ik verder. Hé, allemaal plastic zakjes…??!! Ik kijk nog eens goed. Sommige zakjes zijn wit en anderen roze. Ze zijn allemaal doorschijnend. Ik kijk nog iets beter. Hmm.. tentakels. Hellup, kwallen!! Ik zie mij al omsingeld door honderden kwallen die niet kunnen wachten om mij even te kietelen. Ik weet niet hoe snel ik het water uit moet komen. Het gebadder is dus van korte duur, maar toch pak ik mijn opblaasbare teiltje en op een boomstronk was ik een paar fietsbroeken en shirts in het zoute zeewater. Die kunnen zo meteen onder de snelbinders om te drogen.


Mellemskov, bos langs de oostkust van Falster. Adembenemend mooi.


Net voorbij het Korselitse Østerskov / Dicht bij Næsgård
Hoe vriendelijk en gastvrij de Denen zelf ook zijn, met de Deense fauna heb ik deze week geen positieve ervaringen. Belaagt door honden, wespen en kwallen. Herten die voor mij op de vlucht slaan. Maar toch voel ik me hier gelukkig en als ik een staart had, zou ik nu gaan kwispelen.

Kampeerplek aan de haven van Sortsø