Dag 4, Maandag 13 juli, Vinlöv – Olofström

Afstand: 96 km
Weer: ’s morgens regen, daarna zonnig

Route:

Sverigeleden en Banvallsleden
Vinslöv, Önnestad, Färlöv, Torsebro, Fjälkinge, Gualöv, Bromölla, Näsum, Olofström.

1 x lekke band

 

img 2981Als ik wakker word, regent het nog steeds pijpenstelen. Ik ga naar bui­ten en kijk naar de lucht. Het ziet er niet naar uit dat het binnen nu en binnenkort droog wordt. Ik besluit toch maar zo goed en zo kwaad alles in te pakken en verder te fietsen.
Een man slaat mij gade en kijkt me hoofdschuddend aan. “Je gaat toch nu niet weg??”, vraagt hij.
De laatste weken voor ik met vakantie ging, was het prachtig weer en juist toen ik weg ging, werd er slecht weer voorspeld voor de komende tijd. En als inderdaad die voorspellingen uitkomen en het de hele week blijft regenen, tja… dan kan ik hier natuurlijk wel blij­ven staan, maar dat vind ik zonde van de tijd. En die 123 kilometer van gisteren gaf me wel een kick. Als het zo doorgaat, wie weet waar ik dan allemaal nog naar toe kan fietsen!

Weer is het begin van de route een beetje saai. Of komt dat door het weer? Vanaf Färlöv begint het weer mooier te worden en moet ik ook weer meer klimmen en dalen. Zo op de tweede fietsdag in Zweden concludeer ik dat dat hier in Zweden samen op gaat. Hoe heuvelachtiger hoe mooier. En dan ben ik nog maar in Skåne, de meest vlakke provincie van Zweden.

Tegen de middag wordt het droog. Ik ga op zoek naar een plek waar ik even naar het toilet kan. Net als in Denemarken zijn er ook hier kleine kerken met een begraafplaats. En als er een begraaf­plaats is, is er in ieder geval water, maar in veel gevallen ook een toilet. Zo ook in Gualöv.
Als ik terug kom van het toilet word ik door twee dames uitge­no­digd om in de kerk te komen lunchen. In de hal staat een heerlijk koud buffet en na een uurtje gezellig kletsen en eten stap ik weer op de fiets.

 

Gastvrijheid in de Gualöv kirkeUitgezwaaid door de dames van de Gualöv kirke

De lunch van heerlijk zelfgebakken brood in de kerk van Gualøv / Uitgezwaaid door de dames ga ik weer op pad

 

Als ik in Olofström aankom, krijg ik opeens een lekke band. Ook dat nog. Normaal gesproken raak ik niet zo onder de indruk van een lekke band. Maar nu ben ik woedend! Stomme, stomme fiets!

In het voorjaar heb ik twee weken door Nederland gefietst, mijn eerste fietsvakantie op deze fiets. Ik had in het begin elke dag één of meer lekke banden. Het bleek aan het velglint te liggen. Dat was van kunststof en door de warmte krulde het op en sneed zo in mijn bin­nenband. Voordat dat je zoiets door hebt, ben je een paar dagen verder. Een fietsenmaker in Nieuwleusen heeft er een nieuw velglint in gelegd en een paar dagen leek alles weer goed te gaan, totdat ik weer een lekke band kreeg. Ik ben toen linea recta naar huis gegaan, twee dagen eerder dan de bedoeling was. Zo hoefde het van mij niet meer.
Mijn fiets heb ik daarna helemaal na laten kijken en zou nu in orde moeten zijn.

Toevallig is er een camping in de buurt (en dat is echt wel heel toe­val­lig, want in Zweden moet je nou eenmaal een eind fietsen, wil je er een tegenkomen). Een vrouw wijst mij de weg: deze berg op en na ongeveer twee of drie kilometer ligt ‘ie aan je rechterhand.
Ik heb vandaag al meer dan negentig kilometer gefietst en dan is een berg oplopen met een zwaarbeladen fiets in je hand, best zwaar.
Het is een grote, dure camping. Zo een waar ik nooit voor zou kiezen als ik de keuze had. Maar goed, ik ben al lang blij dat er een is.
“We hebben geen plek meer”, zegt de beheerder. Nee, aan mij ver­dient hij natuurlijk niets als ik niet langer dan één nacht wil blijven en ook geen grote sleurhut bij me heb.
“Alstublieft meneer, ik heb maar een piepklein tentje, ben alleen en ik heb ook een lekke band.”
De man zucht “Hoe groot is je tent?”
“Hij is nog geen meter breed en ongeveer 2½ meter lang”.
“Nou, vooruit”.
Hij pakt een plattegrond van de camping. “Zet je tent maar tussen die twee caravans, maar wel zoveel mogelijk naar de bosrand, want er lopen veel mensen langs."
Nou ja, ik ben al lang blij dat ik hier kan blijven. Weer krijg ik een pasje waardoor ik tot morgenochtend half negen aan de camping ‘vast zit’ en waarmee ik de deur van het toiletgebouw kan openen.
Ik zoek mijn plek en zie ondertussen een aantal lege plekken. Hoezo vol?

Als mijn tent staat en mijn band geplakt is, ga ik erop uit om de om­geving te verkennen. Uit het bos, achter mijn tent, komt een voetpad. Dit pad leidt naar een meertje. Toegeven, de camping ligt wel erg mooi.

 

OlofströmOlofström

 

Wat een bijzondere dag. Het is prachtig weer en kinderen zwemmen in het meer. Ik zit nu op het gras bij het meer in mijn dagboek te schrijven. Een eend houdt mij gezelschap. Zonder enige schroom is ze bij me komen zitten, maar als ze merkt dat ik niets lekkers bij me heb, waggelt ze weer weg.

 

Dag 5 , Dinsdag 14 juli, Olofström - Tävelsås

Afstand: 94 km
Weer: ’s morgens zon, ’s middags regen en onweer

Route:

“Sverigeleden”
Olofström, Kyrkhult, Urshult, Hunshult, Vrankunge, Vederslöv, Tävelsås

 

De route van vandaag is mooi. Ik fiets door het westelijk puntje van Blekinge, de kleinste provincie van Zweden en na een dik uur fietsen, kom ik in Småland.

 

Åsnen, een groot merengebied in het zuiden van Småland

Åsnen, een groot merengebied in het zuiden van Småland

 

In de loop van de middag betrekt de lucht en wordt het steeds don­ker­der. In de verte klinkt de donder en als de eerste druppels vallen, kom ik langs een bushokje. Ik bedenk me geen moment en besluit hier te wachten tot de bui over is.

Als het onweer is weggetrokken, blijft het regenen. Ik kijk op de kaart en zie dat ik voorlopig nog geen campings tegenkom, of ik zou een stuk terug moeten fietsen. Maar om de een of andere reden is dat niet aan de orde. Wel zie ik een jeugdherberg op de kaart, niet eens zo ver hier van­daan. Het lijkt me heerlijk om geen tent op te hoeven zetten en in een echt bed te slapen, helemaal nu het er naar uit ziet dat het niet droog wordt.

Jeugdherberg in OsabyDe jeugdherberg is een typisch Zweeds gebouw, van hout en rood­ge­verfd, zoals veel huizen hier in Småland.
Van binnen doet het heel huiselijk aan: een grote huiskamer, een woonkeuken waar ik zelf kan koken en zowel beneden als boven een aantal slaapkamers. Ik slaap in een vierpersoonskamer, maar de beheerder verzekert me ervan dat ik geen kamergenoten krijg. Tot mijn grote verassing is er ook een wasmachine waar ik gratis gebruik van mag maken. Dat komt even mooi uit! Verder is alles superschoon en als ik alles heb uitgepakt is de zon ook weer gaan schijnen. Wat wil je nog meer?

Tijdens het eten koken, komt er een man de keuken in met een enorme vis. Net gevangen in het meertje hierachter. Hij vertelt dat hij hier met zijn gezin op vakantie is: vader, moeder en vier kin­de­ren, de oudste is zestien en de jongste vier. De moeder komt ook de keuken in en vertelt dat haar oudste zoon ziek is. Hij heeft een in­fectie opgelopen en heeft hoge koorts. Ze zijn vandaag met hem naar het ziekenhuis geweest.
Als ik even later alleen ben, komt er een oude man binnen. Hij huurt de kamer die aan de keuken grenst. Hij vertelt me dat hij 85 jaar is en ik begrijp van hem dat hij hier zo’n beetje permanent verblijft. Hij spreekt uitzonderlijk goed Engels en ik vraag waar hij dat geleerd heeft.
“Ik heb veel gereisd en ben overal geweest. Ook in Nederland. Prachtig land is dat!”
“Wanneer bent u daar geweest?” vraag ik hem.
“In de jaren vijftig”
Waarschijnlijk lijkt het Nederland van nu in het geheel niet meer op het Nederland van zestig jaar geleden, maar dat hou ik maar voor me.

Als ik eenmaal in bed lig, gaat mijn fantasie een beetje met me op de loop. Dit zou een fantastisch decor zijn voor een detective van Agatha Christie, alle ingrediënten zijn aanwezig, alleen Miss Marple of Hercule Poiroit ontbreken. Behalve het gezin en de oude man zijn er ook een jong Zweeds stel, een Duits echtpaar van in de zestig en na mij kwam er nog een Engels stel. De vrouwelijke beheerder was er alleen maar tussen 17.00 en 19.00 uur en werd door man en doch­tertje op­gehaald. Dus die kan het niet gedaan hebben.
Uh.. wat gedaan?
Ondanks mijn ietwat morbide fantasie val ik toch vrij snel in slaap.

 

Dag 6 , Woensdag 15 juli, Tävelsås – Växjö

Afstand: 41 km
Weer: zon, later op de dag bewolking

Route:

Eigen route
Tävelsås, Rinkaby, Teleborg, Växjö

 

Ik heb vannacht heerlijk geslapen en als ik wakker word is het prach­tig weer. Er is een ontbijtbuffet in het landhuis achter de jeugdherberg en als ik aan een tafel zit, spied ik stiekem over mijn melkglas naar de andere gasten. Hé, er is nog een stel bijgekomen. Een oudere dame met een jonge man. Wat zou hun relatie zijn? Moeder - zoon? Twee geliefden? Ze passen wel perfect in het decor van mijn Agatha Christie-fantasie. Ik kijk verder rond en prompt val ik bijna van m’n stoel van schrik. In de hoek van de serre zit een oude vrouw met bijna wit haar. Net als ik zit ze alle gasten ongegeneerd te bestuderen.
Miss Marple...
Nu wordt het tijd om te vertrekken. Voor er doden vallen.
Even later fiets ik vrolijk weg. Eigenlijk leek die mevrouw helemaal niet zo erg op de Miss Marple die ik in m’n hoofd had.

 

img 3015

Landschap bij Tävelsås. De Zweedse bodem bestaat grotendeels uit gesteente. Waar je ook komt, de grond ligt bezaaid met stenen en rotsblokken

 

Tijdens het ontbijt had ik een route uitgestippeld van ongeveer 95 tot 100 kilometer. Via Växjö naar Vetlanda. Dat moet te doen zijn en zo niet dan krijg ik een overnachtingsprobleem.

Als ik bij Växjö aankom is het 10 uur en heb ik ongeveer vijftien kilometer op de teller staan. En omdat ik nog maar zo’n vijftig kilo­me­ter voor de boeg heb, besluit ik de stad in te gaan en eventueel om te fietsen door het natuurgebied ten noorden van de stad.
Ik realiseer me niet dat ik een geweldige rekenfout maak.

Eerst ga ik naar het centrum en zoek het toeristenbureau. Daar laat ik me vertellen dat er verschillende fietsroutes lopen door en om Växjö. Ik besluit een van de routes te nemen die onder andere langs de ruïne Kronoberg voert.
Växjö is een zeer oude bisschopsstad, maar vanwege de vele bran­den in de 19e eeuw zijn niet veel barokke gebouwen overgebleven.
Ten noorden van Växjö ligt het Helgameer. Op een schiereiland, vijf kilometer boven de stad, ligt de grote ruïne van slot Kronoberg. In de 14e eeuw werd dit kasteel als grensverdedigingswerk gebouwd tegen de Denen. Na de Vrede van Roskilde in 1658 werd het niet meer gebruikt en raakte in verval.
Nu is het een prachtige ruïne die opengesteld is voor bezoekers.

 

De overblijfselen van Slot KronobergDe overblijfselen van Slot Kronoberg

De overblijfselen van Slot Kronoberg

 

Oude ambachtenmarkt Slot Kronoberg

Midden in de ruïne is soort ‘oude-ambachtenmarkt’.

 

Ik vermaak me hier prima en als ik mijn lunch op heb, besluit ik verder te gaan. Ik kijk nog eens op de kaart en tel het aantal kilometers nog eens na wat ik voor de boeg heb. Ik heb een handige fietskaart van Zweden waar het aantal kilometers van de Sverigeleden wordt aangegeven. Tot mijn grote ontzetting ontdek ik mijn rekenfout van vanochtend. Ik heb nog 80 kilometer voor de boeg en het is inmiddels al 14.00 uur.
Ik zie dat hier een paar kilometer vandaan ook een camping ligt. Maar dat is een hele grote en een hele dure. Niet het soort cam­pings waar mijn voorkeur naar uit gaat. Tussen deze camping en de camping die ik op het oog had voor vanavond, ligt geen andere camping. Oké, dan maar een halve rustdag vandaag en op naar de camping van Växjö.