Dag 17, zondag 26 juli, Nässjö – Kopenhagen (Denemarken)

Afstand: 11 km
Weer: ’s morgens regen, ’s middags zon

Route:

Trein: Nässjö, Alvesta, Kopenhagen
Fiets: door Kopenhagen

 

Dit is helemaal te gek: ik zit náást de machinist in de trein, op weg naar Alvesta!
Het is een kleine (één treinstel) en ouderwetse trein. De machinist heeft me geholpen de fiets naar binnen te tillen, met de waarschuwing dat ik hem heel goed moest vasthouden als we wegrijden omdat de trein dan nogal heen en weer schudt.
Ik had zicht op de machinist omdat er een glasplaat tussen zat. Toen de trein zojuist vertrok, hield ik mijn fiets stevig vast. Ik zat te wachten tot de trein ernstig heen en weer zou gaan schudden, maar er gebeurde niets. Na een tijdje keek de machinist achterom en riep: “Je kan hem nu wel loslaten hoor, het schudden is voorbij” Huh...? Als een trein ernstig heen en weer schudt, denk ik aan het wegrijden of aankomen op het sta­tion in Amersfoort. Als je daar vanuit Utrecht met de trein aankomt, of ver­trekt, moet je je heel goed vasthouden, wil je niet van de stoel vallen. Dus als een machinist mij hiervoor waarschuwt, wat men bij Amersfoort niet doet, moet het wel heel ernstig zijn. Dacht ik...

“Je mag hier ook wel komen zitten hoor, als je het leuk vindt.” De ma­chi­nist pakt een klapstoel en ik neem plaats. Wauw! Wat een uitzicht! Jam­mer dat het regent, maar mijn plezier is daar niet minder om. Wat een schitterend afscheid van Zweden.

 

Mijn leukste treinreis ooit...:

treinreis tussen Nässjö en Alvestatreinreis tussen Nässjö en Alvesta

treinreis tussen Nässjö en Alvestatreinreis tussen Nässjö en Alvesta

 

In Alvesta stap ik over op de internationale trein naar Kopenhagen. Met wee­moed neem ik afscheid van Zweden. Ik kom zeker nog een keer te­rug!
Om zeven uur in de avond kom ik aan in Kopenhagen en het voelt een beetje als thuiskomen. Na een uurtje fietsen vind ik een (lelijke, maar goedkope) stadscamping.

 

 

Dag 18, maandag 27 juli, Kopenhagen – Helsinge

Afstand: 64 km
Weer: ’s morgens bewolkt, ’s middags zon

Route:

Nationale route 2, Regionale routes 31 en 32
Kopenhagen, Værlose, Farum, Lillerød, Hillerød, Helsinge

 

Frederiksborg Slot in HillerødWat heerlijk om weer in Denemarken te zijn. Helaas is het wat bewolkt, maar het blijft droog en de route is prachtig. En wat nog belangrijker is: mijn fiets gedraagt zich voortreffelijk
Ik kom aan in Hillerød waar ik twee jaar geleden ook ben geweest. Midden in Hillerød ligt, aan een klein meer, het Frederiksborg Slot. Het is een prachtig slot, dat erg tot de verbeelding spreekt. Omdat ik alle tijd van de wereld heb belsluit ik helemaal om het meer heen te fietsen om zo het kas­teel van alle kanten te bekijken (en te fotograferen).

Ik zit te dubben wat ik ga doen. Er zijn een aantal primitieve kampeerter­rei­nen, maar ik zie in het gidsje dat geen van alle een shelter heeft. En omdat ik regen verwacht heb ik niet veel zin om heel erg primitief te kam­pe­ren. Ook in Denemarken hebben de campings, net als in de andere Scan­dinavische landen, meestal een ruimte waar je kan koken en eten en dáár zou ik nou graag gebruik van willen maken. In Helsinge vraag ik bij het toeristenbureau naar de dichtstbijzijnde camping en ik word verwezen naar een kleine camping iets ten noorden van het stadje.
Het is inderdaad een kleine camping en het lijkt me zo toe dat ie maar één ster heeft. Maar voor mij is het prima en er is een ‘slechtweervoorziening’.

 

 

Dag 19, dinsdag 28 juli, Helsinge – Vellerup

Afstand: 91,5 km
Weer: erg warm, zon

Route:

Regionale routes 32, 47 en 40
Fiets: Helsinge, Vejby, Tisvilde, Liseleje, Hundested, Strore Karslminde, Sølager
Veerpont: Sølager, Kulhuse
Fiets: Kulhuse, Jægerpris, Kyndby Huse, Vellerup

 

Zicht op TisvildeLiseleje

 

Strand bij het vakantiedorpje KikhavnVan Liseleje tot aan Hundested liggen langs de kust alleen maar vakantie­dorpen. Het is welliswaar een mooi gebied, maar het is me net allemaal te toeristisch.

Ik twijfel wat ik zal gaan doen. Aanvankelijk wilde ik via de Noordkust van Sjælland naar Funen. Maar aangezien ik alle tijd heb èn mijn fiets zich won­derwel thuisvoelt in het Deense (eindelijk gedraagt hij zich zoals een fiets zich hoort te gedragen), besluit ik een enorme omweg te maken en om het Isefjord te fietsen.
In plaats van bij Hundested over te steken naar Rørvig, fiets ik nog een klein stukje verder om over te steken naar Kulhuse.

Mijn plan is nu om over een soort uit de kluiten gewassen landtong, tus­sen het Isefjord en het Roskildefjord, zuidwaarts te gaan.

Ik kom ter hoogte van het eilandje Orø en besluit dat ik eigenlijk zoveel mo­gelijk Deense eilanden en eilandjes wil aan doen. Ik bedoel, dat hoeft niet in deze vakantie, het zijn er in totaal ruim 400, maar laten we zeggen dat ik, elke keer als ik weer in Denemarken kom, er een paar wil ‘meepik­ken’. Ik ga er tenminste vanuit dat ik hier nog vaak wil komen!

Maar voor vandaag hou ik het voor gezien. Het is al laat, zeven uur ge­weest, en ik ben moe. Het is een snikhete dag en inmiddels zijn er al bijna ne­gentig kilometers gefietst.
Ik zie dat er in Vellerup een natuurkampeerterrein ligt en volgens de kaart ook een ‘gewone camping’. Volgens het gidsje heeft het natuurkampeer­ter­rein plaats voor één of twee tenjes en is er géén water. Ik fiets 'er langs en zie dat het inderdaad wel heel erg primitief is. Het is dat er een klein bordje uit het gras steekt waar het logo van “Overnatning i det fri” op staat, maar anders was het onvindbaar. Nee, toch maar weer een gewone camping. Overigens heb ik ook helemaal geen water meer, dus fiets ik ver­der.
Vellerup is een vreselijk dorp. Of eigenlijk is het geen dorp, maar een va­kan­tiekolonie: allemaal ordelijke rechte straatjes met bungelows. Er is nie­mand op straat, iedereen zit verstopt in zijn eigen tuin, waar hoge struiken of schuttingen omheen staan. Af en toe hoor ik het geluid van een moter (Grasmaaier? Elektrische snoeischaar?) of zie ik het water van een sproei-installatie boven een heg uitkomen. Ik zie nergens borden van de camping, maar hij zou langs de route, aan de kust moeten liggen.
De oudse eik van Denemarken: Kongeegen (= De Koningseik) in het Nordskoven (= Noorder Bos), 2000 jaar oudHet is bloedheet, ik ben bijna uitgeput en heb erge dorst. Nergens een camping te vinden. Ik fiets het hele dorp door, straat in, straat uit, klim­men en weer dalen. Verdorie, wat is dit voor een spookdorp? Eindelijk zie ik een meisje van een jaar of 14 van het strand af komen. Nu maar hopen dat ze een Engels spreekt. En ja hoor, dat doet ze een beetje. Ze weet van geen camping, ook nooit gezien hier. Ze logeert bij haar opa en oma vertelt ze. Ik fiets weer verder en hoop de sproei-installatie weer tegen te komen, om daar mijn bidon onder te kunnen houden. Of zelf even onder te gaan staan. En dan, eindelijk, zie ik iets wat ik eigenlijk helemaal niet wil zien: een bord waar ‘camping’ op staat, overwoekerd door klimplanten, achter een gesloten hek, met een roestig slot. Dat was dus de camping. Zucht...
Nu kan ik twee dingen doen: of terug naar het natuurkampeerterreintje óf nog een eindje doorfietsen en met het veerpontje oversteken naar Orø, waar ook een camping zou moeten zijn. Wat ik ook kies: ik heb in ieder geval nu dringend water nodig. Ik tuur wat naar de kaart alsof ik daar al­les van verwacht. Hé, zie ik dat goed? Een kruisje. Nu geeft de kaart wel eens vaker iets aan wat er niet blijkt te zijn, maar een kerk zal niet maar zo verdwijnen. Ik fiets richting het kruisje en ja hoor, daar prijkt een to­ren­tje boven de huizen uit! En waar in Denemarken een kerk is, is een be­graafplaats. En waar een begraafplaats is, is water! Als ik geluk heb, is er ook nog een toilet. En ja hoor, all inclusive! Na tien minuten ben ik hele­maal bij gekomen. Zou hier geen plekje zijn om stiekem mijn tent op te zetten? Hm, nee. Ik denk ook niet dat ik het zou durven. Ik fiets helemaal terug naar de plek waar de natuurkampeerplek zich bevindt en zet daar maar m’n tent op. Het is ook nog eens een hobbelig terrein, grenzend aan een weiland met een dun prikkeldraadje als afscheiding. Maar het interes­seert me allemaal niets meer, ik ben zó uitgeput dat ik niet de moeite neem om me op te frissen en te eten. Het is inmiddels negen uur en ik stap zo m’n slaapzak in. Ik wil nu slapen en morgen is er wel weer een dag.

 

Dag 20, woensdag 29 juli, Vellerup – Århus (Jutland)

Afstand: 73,5 km
Weer: erg warm (benauwd), geen zon

Route:

Boot: Vellerup, Hammer Bakke, Gamløse (Orø)
Fiets: Gamløse, Bybjer, Brønde
Boot: Brønde, Holbæk
Fiets: Holbæk, Mårso, Herrestrup, Vig, Svinninge, Højby, Lumsås, Havnebyen, Yderby Ling (Sjællands Odde)
Boot: Sjællands Odde, Århus

Ik ben vanmorgen al vroeg wakker. Als ik mijn tent afbreek komt er een mevrouw langs met een hond. Ze wenst me een goede morgen en loopt door. Even later een man met een hond. Weer een ‘godmorgen’ (spreek uit: koe-môn) en ook de man loopt verder. Men kijkt er blijkbaar niet raar van op dat er hier iemand kampeert. Ik blijf het zelf een vreemde plek vin­den.
Ik fiets naar Hammer Bakke waar het veerpontje vandaan vertrekt. De vrouwelijke schipper vertelt hoe mooi Orø wel niet is en bedankt me dat ik het eiland wil aan doen. Ze geeft me een folder en wijst allemaal plekken aan die ik gezien móet hebben.
Ik ben de enige passagier aan boord...

Molen in HolbækAlle tips en adviezen van de schipper ten spijt, ik fiets niet het hele eiland rond. Niet omdat het niet mooi is, daarom zeker niet, maar ik heb er het ge­duld niet voor, ik wil verder. Bij Brønde neem ik de veerboot naar Hol­bæk.

In Vig ga ik op zoek naar een bibliotheek. Ik heb Jørgen beloofd dat ik probeer om af en toe mijn mail te checken voor het geval er reacties zijn op Jorgens oproep.
En ja hoor, Jørgen mailt dat er een mevrouw is van het toeristenbureau in Assens (West-Funen) die graag met mij in contact wil komen en of we een afspraak kunnen maken voor begin volgende week. Ik mail hem terug dat dat geen probleem is. Ik heb dus nog een kleine week om daar te komen, tijd zat. Ben benieuwd!

Ik ben van plan om straks met de boot naar Århus te gaan en dan langs de oostkust van Jutland, waar ik nog nooit geweest ben, naar beneden te fietsen, om via de brug over de Lille Bælt op het eiland Funen terecht te ko­men.

Odde betekent landtong. Sjælland heeft veel landtongen en landtongetjes en als je op de kaart kijkt zie je dat de landtong Sjællands Odde een lange dunne sliert is, een soort appendix (dat wormvormige aanhangseltje dat aan je dikke darm hangt, als dat niet operatief weggehaald is) die aan Sjæl­land hangt. Waar mijn idiote vergelijking vandaan komt, weet ik niet, maar het is een prachtig gebied, vooral het eerste stukje. Op een gegeven moment mis ik een bordje en gok ik dat ik links moet aanhouden. Dat is een weg die heel steil naar beneden gaat en daar heb ik wel zin in.
Even later dwaal ik doelloos rond in het vakantiedorp Overby Lyng, waar al­le weggetjes doodlopen, zodat ik de hele steile weg weer terug naar bo­ven moet.

 

Noord-westen  van Sjælland, richting Sjællands OddeEven voorbij Lumsås op Sjællands Odde

Noord-westen  van Sjælland, richting Sjællands Odde / Even voorbij Lumsås op Sjællands Odde

 

Als ik bij de haven aankom, staan er tot mijn verassing nog meer ‘trek­kers’ te wachten op de ferrie, een motorrijdster (met tent achterop) en drie vakantiefietsers: een moeder met haar dochter en zoon. We kletsen wat en even later verlaten we het eiland Sjælland, om over een paar uur in Jutland aan te komen.
Wel, de volgende keer ga ik waterfietsen, want ik word behoorlijk zeeziek en geradbraakt kom ik in Århus aan. Pilletje vergeten... dom.
Met z’n vieren fietsen we verder want we willen toevallig allemaal naar de­zelfde camping. Het is me wel een stel: het meisje is een jaar of vijftien en heeft overduidelijk geen plezier in het fietsen. Ik probeer wat met haar te kletsen, maar de conversatie komt niet op gang. Het jongetje heeft het, geloof ik, wel naar z’n zin, maar spreekt helaas geen woord Engels. De moeder daarentegen redelijk, en die vertelt dat ze dit voor het eerst doen. Ik heb toch wel bewondering voor ze: de moeder is niet bepaald slank en rookt. Beide aspecten maken het fietsen een stuk zwaarder (het eerste weet ik uit ervaring). Ook hebben ze alledrie een gewone fiets, al is dat prima te doen natuurlijk.
Even later komen we bij camping Blommehaven aan. Dit keer heb ik be­wust voor een echte camping gekozen om meerder redenen: morgen wil ik een dagje naar Århus en de dichtbijzijnste natuurkampeerterrein is te ver weg. En omdat het morgen gaat regenen is het toch een stuk comfor­ta­be­ler om gebruik te kunnen maken van allerlei voorzieningen. Ook moet ik nodig een wasje draaien.
Het is wel een hele mooie camping, midden in het bos, aan de kust en net onder Århus.