Dag 25, maandag 3 augustus, Daugård – Magtebølle (Funen)
Afstand: 27,5 km
Weer: zon, warm
Route:
Nationale route 5
Fiets: Daugård, Bredballe, Vejle
Trein: Veljle - Tommerup
Fiets: Tommerup, Magtebølle
Als ik bij de camping wegfiets, moet ik heel steil omhoog. O ja, ik weet het weer, de zig-zag-omhoog-naar beneden-weg. Tot aan Vejle verandert er niet veel. De route is o zo prachtig, maar ook weer zwaar.
Het is al bijna middag wanneer ik in Vejle aankom. Vejle is een grote stad (52.000 inw.), mooi gelegen in de vallei aan het Vejle Fjord.
Ik realiseer me dat ik nooit vanavond al in Magtenbølle kan zijn. Ik ga op zoek naar het treinstation en koop een kaartje voor de trein naar Tommerup Stationby, een plaatsje dicht bij Magtenbølle. Ik heb uitgerekend hoe laat ik de trein moet nemen uit Vejle als ik ongeveer om zes uur vanavond op de ‘camping’ van Jørgen en Ingrid wil zijn. Ik heb nog een paar uur de tijd en besluit Vejle te gaan verkennen. Bij het toeristenbureau krijg ik de nodige informatie en vermaak me vervolgens een tijdje met het rondslenteren door de stad.
Al snel ben ik het zat en pak de trein van een uur eerder. In Fredericia moet ik overstappen en maak daar ook van de gelegenheid gebruik om de stad rond te fietsen.
Om zes uur kom ik aan in Magtenbølle. Jørgen en Ingrid staan net op het punt om weg te gaan. Het is een kort, maar prettig weerzien.
“Je weet de weg nog wel hè?” vraagt Jørgen. O ja, die weet ik nog wel. Gelukkig is het prachtig weer en hoef ik niet de rest van de week op de hooizolder te slapen. Dat heb ik namelijk vorig jaar gedaan omdat het toen zo regende. Voor twee nachtjes was dat toen prima, maar nu ik hier tot zaterdagavond zal blijven en de weersverwachting gunstig is, is mijn tent toch een stuk comfortabeler.
Jørgen en Ingrid wonen in een prachtige, typisch Funense boerderij met vier vleugels rondom een binnenplaats, half hout, half steen met rieten dak (zie www.magtenboelle.dk). In hun huis neem ik een douche en zit de rest van avond heerlijk bij de tent.
Dag 26, dinsdag 4 augustus, Magtebølle
“Rustdag”
Afstand: 40 km
Weer: zon, warm
Ik kijk Jørgen niet begrijpend aan. “Huisje?”, vraag ik, “welk huisje?”. Nu is het Jørgens beurt om mij verbaasd aan te kijken. “Het kleine gastenverblijf achter ons huis!”
Er valt nog geen kwartje.
“Waar kampeerders de douche en toilet kunnen gebruiken.”, zegt Jørgen, “daar ben je vorig jaar toch ook geweest?”
“Nee, vorig jaar heb ik op de hooizolder geslapen. Weet je nog? Ik weet helemaal van geen huisje.”
Dan gaat er bij Jørgen een lichtje branden. “Dat is waar ook! De hooizolder. Maar waarom was dat ook alweer?”
Tja, dat weet ik niet.
“Kom, ik zal het je het huisje even laten zien.”
We lopen er heen en er gaat bij mij ook een (ander) lampje branden. Nou begrijp ik Ingrid’s opmerking van gisteravond. Ik vroeg haar of ik gebruik mocht maken van de douche en ze zei dat dat natuurlijk prima was en dat Jørgen zojuist nog even het warme water had aangesloten. Ik vond dat al vreemd, maar nu snap ik het. Zij ging er vanuit dat ik in het gastenverblijf zou gaan douchen! En ik wist niet beter of ik mocht, net als vorig jaar, in hun eigen huis douchen. Ik vertel het Jørgen en nu zijn alle misverstanden uit de lucht. Even later weet Jørgen ook weer waarom ik vorig jaar het huisje niet kon gebruiken. “Het was een paar weken in gebruik door een kennis van ons, net in die tijd dat jij er was.”
Eigenlijk ben ik heel blij met dit huisje, dan hoef ik ook niet steeds bij Jørgen en Ingrid binnen te lopen.
Tegen tienen komt Anne-Mette Sørensen. Zij werkt bij het toeristenbureau in Assens, een stadje aan de westkust van Funen. Met z’n drieën zitten we gezellig aan de picknicktafel bij mijn tent, Jørgen heeft voor koffie en de koekjes gezorgd.
Anne-Mette is geïnteresseerd in mijn fietsverhalen en vraagt wat ik vind van het fietsroutesysteem in Denemarken. Ze wil weten of er onvolkomenheden en knelpunten zijn en of alles duidelijk aangegeven wordt.
Ik vertel haar over mijn ervaringen en die zijn heel positief. Natuurlijk ontbreekt er wel eens een bordje, maar ik moet eerlijk zeggen dat dit, in die drie jaar dat ik hier gefietst heb, zelden is voorgekomen. Ook staat alles heel duidelijk aangegeven. Persoonlijk vind ik alles net iets duidelijker en vollediger dan Nederland.
Heel, héél soms is een fietspad bijna onbegaanbaar. Dat zou je als negatief punt kunnen aanmerken, maar je kan het ook avontuurlijk noemen, afhankelijk van je gemoedstoestand en hoeveel kilometers er dan al op de teller staan...
Hoe dan ook, het is niet voor niets dat ik hier steeds terug kom.
Omdat Anne-Mette in Assens werkt, wil zij natuurlijk graag die gemeente promoten. Sinds de gemeentelijke herindeling, in 2007, beslaat de gemeente Assens een groot gedeelte van Zuidwest-Funen.
Ze heeft allerlei tips voor fietsroutes en bezienswaardigheden. Ook krijg ik van haar een pasje waarmee ik gratis toegang heb tot een aantal musea en krijg ik een ‘vrijbrief’ voor de boot naar het eiland Baagø. Wauw... ik lijk wel jarig! Gelijk liggen mijn plannen voor de rest van de week ook vast. Vanuit Magtenbølle fiets ik elke dag een route die Anne-Mette gemarkeerd heeft op de kaart.
“Je hoeft niet hè”, zegt Jørgen als Anne-Mette weg is. “Je wilde toch eigenlijk naar het noorden van Funen fietsen?”
Ja, dat was ik aanvankelijk van plan. Het noordoosten van Funen heb ik nog niet gehad, vanaf Bogense tot aan Nyborg, inclusief de landtong boven Kerteminde. Maar ik vind het helemaal niet erg om mijn plannen te wijzigen, integendeel, heb ik tenminste een goede reden om weer terug te komen. Vorig jaar heb ik dan wel door het zuidwesten gefietst, maar had toen veel regen. En er zijn een aantal routes in dit gebied die ik nog niet gehad heb. Dus, waarom niet? Leuk!
In de middag fiets ik naar Odense, twintig kilometer verderop. Mijn neef Arjon, zijn vrouw Jannie en de kinderen Bertine, Gerjon en Erwin staan hier op een camping.
Ik breng een genoeglijke middag en avond met hen door.
Dag 27, woensdag 5 augustus, Magtebølle – Assens - Magtebølle
Afstand: 76,5 km (+ 1 uur gelopen)
Weer: zon, warm
Route:
Regionale route 71, Margueritruten (= Margrietroute), regionale routes 75 en 79
Magtebølle, Vissenbjerg, Bred, Aarup, Håre, Stubberup, Salbrovad, Assens, Gamtofte, Søllested, Glamsbjerg, Krengerup, Frøbjerg, Skalbjerg, Magtenbølle
Funen wordt terecht ‘De tuin van Denemarken’ genoemd, klik hier voor de foto’s die ik deze zomer van Funen heb gemaakt en overtuig jezelf.
Vorig jaar had ik op de ochtend van de laatste dag van mijn vakantie vanuit Magtenbølle het natuurgebied Vissenbjerg-bakkerne willen bezoeken (bakkerne = heuvels). Ik zou dan ’s middags naar Odense fietsen om daar te trein te nemen. Jørgen had me verteld dat daar een prachtig uitzichtpunt is over Funen. Maar omdat het die dag zulk slecht weer was en er waarschijnlijk daarom toch weinig te zien was, besloot ik om maar gelijk naar Odense te fietsen en daar het Hans Christian Andersenmuseum te bezoeken, een perfectie slechtweer-activiteit. Overigens had ik daar helemaal geen spijt van, maar vond het jammer Vissenbjerg gemist te hebben. “Volgend jaar!” zei ik toen nog tegen Jørgen. Of we het allebei geloofden weet ik niet, maar zie hier, ik ben er weer.
Vissenbjerg ligt maar een paar kilometer van Magtebølle verwijderd en ten zuiden van Vissenbjerg ligt Vissenbjerg-bakkerne. Ik zet mijn fiets bij de ingang van het natuurgebied, waar tevens een reptielenmuseum is. Hier ga ik straks heen, eerst maar eens aan de wandel.

Prachtig uitzicht over “Højfyn”, oftewel Hoog Funen, vanaf Vissenbjerg-bakkerne
Als ik na een uur terug kom, ga ik naar het reptielenmuseum. Erg interessant, maar ben blij dat de beestjes achter het glas zitten.
Op de fiets vervolg ik mijn route richting het westen en kom door het prachtige natuurgebied Brænde Ådal. Vandaar neem ik niet fietsroute 70 naar het zuiden, maar de “Margueritruten”. Deze was mij aangeraden door Anne-Mette als alternatief. De Margrietroute is een toeristische route die door heel Denemarken loopt en vooral gebruikt wordt door automobilisten en motorrijders. Vroeger, toen er nog geen fietsroutes waren, werd de route ook veel gebruikt door fietsers. Overigens is de route nog steeds heel geschikt als fietsroute omdat het meestal rustige weggetjes zijn.
Het is al halverwege de middag als ik in Assens aankom. Assens is een mooie havenstad, gelegen aan de Kleine Belt. Ook hier weer pittoreske straatjes met mooie vakwerkhuizen. Typisch Deens en toch is elke stad of dorp weer anders.
Erg leuk als je zomaar gratis toegang hebt tot diverse musea. Anders zou ik er niet aan hebben gedacht om bijvoorbeeld Willemoesgården te bezoeken. En dat was jammer geweest want het heeft een interessante tentoonstelling over de geschiedenis van Wesfunen. In dit vakwerkhuis is in 1783 de zeeheld Peter Willemoes geboren.
Van Assens fiets ik weer terug naar Magtebølle. Even voorbij Assens ligt Galleri Sulegaarden. Ook die wil ik bezoeken, maar ik heb er eerlijk gezegd de puf niet meer voor. Musea zijn mooi, maar voor mij zijn twee op een dag genoeg, helemaal als je dan ook nog eens zo’n zeventig kilometer fietst. Meer indrukken passen gewoon niet in mijn hoofd.
Dag 28, donderdag 6 augustus, Magtebølle – Baagø - Magtebølle
Afstand: 70 km
Weer: zon, heet
Route:
Regionale route 79, eigen route
Magtebølle, Skalbjerg, Frøbjerg, Ørsted, Turup, Assens, Baagø By, Assens, Gamtofte, Turup, Vedtofte, Krengerup, Frøbjerg, Skalbjerg, Magtebølle
Weer een dag met prachtig weer! Sinds ik in Denemarken ben is alles ten goede gekeerd. Zowel betreft het weer als mijn fiets. Tja, mijn fiets... Sinds het laatste weekend in Zweden, loopt ‘ie als een trein! Niets meer mee aan de hand. En zeg nou niet dat het komt dat omdat de fiets weer in Denemarken is, het land waar ik me ook zo thuis voel, nee, deze fiets, gekocht in december 2008, is nooit eerder in Denemarken geweest! Maar blijkbaar bevalt het hem hier wel.
Vandaag is het plan om het eilandje Baagø te bezoeken. Hiervoor moet ik eerst weer naar Assens fietsen, want van daar vertrekt de boot. Deze boot gaat maar vier keer per dag en ik wil die van 11.30 uur halen.
Ik fiets nu een andere weg naar Assens.
De kaartjescontroleur komt er aan en ik geeft de brief van Anne-Mette waarin staat dat ik gratis mee mag. De controleur leest het aandachtig. Ondanks dat er niet veel tekst in staat, doet hij er vrij lang over en ondertussen zie ik hem fronsen. Hij mompelt wat als hij de brief weer terug geeft. Blijkbaar is dat een ‘akkoord’. Er schiet me iets te binnen, de titel van een oude tv-serie: ‘Who pays the ferryman?’ Ik geeft toe, het is een beetje een morbide associatie: deze titel verwijst namelijk naar de oude Griekse mythe waarin de grens tussen de bewoonde wereld en de onderwereld van de god Hades gevormd wordt door de rivier de Styx. De zielen van de overledenen passeren deze rivier met behulp van een veerman. Om de veerman te betalen worden er munten op de ogen van de overledene gelegd. De vraag in de titel verwijst dus naar de betrokkenheid van iemand bij de dood van degene die de rivier over moet.
Ik bestudeer de plattegrond en besluit eerst meer eens naar Baagø By te fietsen. Na een paar minuten fiets ik door een klein straatje met een paar huisjes. Ik zie het niet op de kaart staan, maar als ik eerlijk moet zijn, begrijp ik de kaart niet zo goed. Ik kan aardig kaartlezen, al zeg ik het zelf, maar hier kom ik niet helemaal uit. De haven, waar de veerboot aankomt, ligt in het zuidelijkste puntje van het eiland. Er is maar een weg richting het noorden en die loopt door Baagø By. Ik volg die hoofdweg, maar het lijkt niet overeen te komen met de weg op de kaart. Even later passeer ik een kerk, maar ook die kan ik niet terugvinden op de kaart. Daarop staat er wel een kerk ingetekend voorbij Baagø By, maar ik ben dat hele stadje nog niet gepasseerd. Ik fiets verder naar het noorden en plotseling houdt de weg op. Niet zonder reden, want hij kan niet verder vanwege de zee. Ik begrijp er niets van. Ben ik dan naar het westen gefietst? Maar daar loopt toch geen weg? En het klopt ook niet met de stand van de zon, ik moet gewoon naar het noorden zijn gefietst. En natuurlijk is er een noordkust, maar daar kan ik nog lang niet zijn, ik heb Baagø By nog niet eens gehad!
Ik begrijp er niet van, fiets weer terug en besluit de kerk met een bezoek te vereren, ik moet toch naar een toilet.


In de kerk vraag ik iemand hoe ik toch in vredesnaam kan verdwalen op zo’n klein eiland.
“Hier zijn we nu”, zegt de vrouw en ze wijst de kerk aan op de kaart. De kerk bóven Baagø By. Dus ik was wèl aan de noordkust!
“Ja maar ik ben nog helemaal niet in Baagø By geweest, hoe kan ik dat gemist hebben?”
De vrouw glimlacht. “Ik weet niet wat je je bij Baago By voorstelt (nou veel, ‘By’ betekend stad), maar het zijn maar een paar huisjes, je moet er doorheen zijn gekomen!”
Ah, die paar huisjes langs de weg. Nu valt alles op z’n plaatst. Jeetje, wat dom. Ik fiets weer verder, dóór Baagø By en zie bij een grote boerderij een bord staan waarop staat dat daar koffie is. Nou, daar ben ik wel aan toe. De boerderij heeft een grote schuur met een prachtige tentoonstelling over de geschiedenis van Baagø. Er is helemaal niemand, maar ik ontdek al snel dat het allemaal zelfbediening is, tot aan het betalen toe. Er is koffie, thee, frisdrank, ijs, koeken... èn een bakje om het geld in te doen. Ikblijf me hierover verbazen, steeds weer. Denen zijn erg goed van vertrouwen.
Ik neem buiten plaats op een picknickbank en bedenk wat ik in de resterende tijd op het eiland ga doen. Ik ben hier nog geen uur en heb al de helft van het eiland gezien. Het is bijna één uur en de boot gaat pas om half vier weer terug. Nou ja, wie weet wat de oostkust nog aan verrassingen heeft.
Ik neem de tijd en die gebruik ik onder andere om de macrofunctie van mijn fototoestel uit te proberen. Ik heb eigenlijk nooit de moeite genomen om dat eens uit te zoeken. Een paar wespen, die zich te goed doen aan mijn gemorste jam, zijn hiervoor een prachtig doelwit. Ze trekken zich niets van mij aan en eten onverstoorbaar verder.
Na de lunch fiets ik richting het oosten. Er moet hier ook ergens een ‘Naturskole’ zitten, maar die kan ik niet vinden, ondanks dat ik nu alle verharde en onverharde weggetjes heb gehad. Ik begin toch een beetje aan mijn kaartleeskunst te twijfelen. Vragen kan ook niet, want ik kom niemand tegen.
Ik geef het op. Ik begrijp het eiland niet, daar komt het op neer. Ik besluit nog de vuurtoren in het zuiden te bezoeken en dan in het haventje met een boek op de boot te wachten.
Mocht je je inmiddels afvragen waarom bijna alle eilanden op ‘ø’ eindigen: in het Deens betekend dat ‘eiland’. En dat verklaart natuurlijk een hoop.
Even voorbij Assens kom weer langs Galleri Sulegaarden. Nú heb ik wel de energie om die te bezoeken, maar hij blijkt gesloten. Ik lees het bord en zie nu dat het alleen maar op vrijdag, zaterdag en zondag open is. Dat wordt het dan niet, ik heb morgen en overmorgen andere plannen. Jammer. Volgende keer!

Dag 29, vrijdag 7 augustus, Magtebølle – Frøbjerg - Magtebølle
Afstand: 21,5 km (+ 2 uur lopen)
Weer: zon, heet
Route:
Regionale route 79 en 75, eigen route
Magtebølle, Skalbjerg, Frøbjerg, Tommerup Stationsby, Magtenbølle
Het kan natuurlijk niet zo zijn dat je na een paar dagen in Westfunen te hebben rondgefietst, niet eens daar de hoogste berg hebt beklommen!
Het hoogste punt van Funen ligt in het gebied Højfyn en de ‘berg’ heet Frøbjerg Bavnehøj. Nou betekent ‘høj’ heuvel en dat lijkt me terecht voor een uitstulping van 131 meter. De Denen noemen een heuvel gewoon een heuvel, in tegenstelling tot de Nederlanders met hun Amerongse Berg, Lemelerberg, Sint Pietersberg. Overigens zijn deze Nederlandse ‘bergen’ nog een stuk lager dan de Bavnehøj...
Maar goed, vandaag dus klimmen. Op zich maakt dat geen verschil met andere fietsdagen: in Denemarken doe je, ondanks het gebrek aan bergen, niet anders dan klimmen en dalen. Op een paar gebieden na, is Denemarken alles behalve vlak en een dag met 20 steile heuvels kan vermoeiender zijn dan een halve dag één Alp opklimmen waar je dan de andere helft van de dag weer van af mag racen.
Ik ben al een paar keer om de heuvel heen gefietst, want als je na een hele dag fietsen toch kan kiezen...
De klim valt mee en alle moeite wordt beloond met prachtige uitzichten.

Ik heb ook nog een vrijkaartje voor ‘Danmarks FugleZoo’, een vogelpark dicht bij Frøbjerg.
Ik ben geneigd om van alle vogels foto’s te maken en dat doe ik dan ook veel. Het is een prachtig park met hele bijzondere vogels. Eentje daarvan wil ik je niet onthouden:
The laughing Kookaburra uit Australië. We zullen er ongetwijfeld een Nederlandse naam voor hebben, maar die weet ik niet. Het kleine vogeltje laat zich gewillig door mij fotograferen en ik kan heel dichtbij komen. Op het bordje staat: hij wordt lachvogel genoemd vanwege zijn luide roep die klinkt alsof er hysterisch wordt gelachen. Zijn prooi smijt hij tegen de stenen of tegen hout of gooit hem op de grond vanuit de lucht totdat alle botten zijn gebroken. Dan verslindt hij zijn prooi in één hap. Gelukkig is hij veel kleiner dan ik en zit hij in een kooi...
Na het bezoek aan het vogelpark fiets ik weer richting Magtebølle, de weg die ik de afgelopen dagen veel befietst heb. Morgen ga ik alweer naar huis! Ik weet niet of ik daar al zin in heb, eigenlijk bevalt het me best hier.
Van Jørgen krijg ik het volgende verhaal te horen:
Het monument in Magtenbølle
In het centrum van Magtenbølle (tegenover Magtenbøllevej 90) ligt een grote steen. Deze steen heeft een interessante geschiedenis, want eronder liggen 3 flessen met daarin brieven uit 1932 en 1995.
Het verhaal is als volgt:
Magtenbølle wordt voor het eerst beschreven in 1295 en op 1 april 1995 vierden de inwoners van het dorp het 700-jarig bestaan. Vlak voor die verjaardag in 1995, maakten een aantal oudere bewoners van het dorp bekend dat er, voorzover ze wisten, informatie verstopt lag onder een grote steen in het centrum van Magtenbølle.
Tijdens de festiviteiten besloten een aantal bewoners om te gaan graven onder de steen om te kijken of er daadwerkelijk iets begraven lag. En jawel! Onder de steen vonden ze een fles met daarin een document waarin verteld werd dat het monument was geplaatst op 13 mei 1932 door het dorpsbestuur, geholpen door vier sterke mannen. Het document vertelt dat er gediscussieerd was of het monument wel geplaatst zou moeten worden, vanwege de crisis. De prijzen van voedsel, koeien en schapen waren erg laag gedurende de economische crisis in de jaren dertig en dat veroorzaakte veel werkloosheid. Een lijst met prijzen van landbouwproducten had men er bij in gestopt.
Dit alles had tot gevolg dat de bewoners van Magtenbølle op 1 april 1995 een nieuw document in een tweede fles stopten en die vervolgens ook onder de steen legden, samen met de de fles met papieren uit 1932. Tevens stopte men er een derde fles bij met daarin een handgeschreven lijst van alle inwoners van Magtenbølle op 1 april 1995.
Of deze flessen zullen worden opgegraven tijdens de viering van Magtenbølle's 800-jarig bestaan in 2095 moeten de bewoners dan beslissen - voor het geval er nog iemand is die van dit verhaal afweet...
Jørgen Bjerring
Aan het begin van de avond maak ik een wandeling. Achter de boerderij ligt (hoe kan het ook anders) een heuvel en Jørgen heeft me een prachtig uitzicht beloofd.
Als ik helemaal boven ben vind ik daar een bankje, met op de grond een geplastificeerd briefje, gemaakt door Jørgen en vastgelegd met stenen. Hierop staat beschreven waar je je bevindt en tips om verder te wandelen.

Uitzicht over Magtebølle vanaf het bankje
En dan lig ik plotseling met mijn snufferd in het gras! Tja, wie hoog klimt, kan diep vallen. Ik liep net moeiteloos langs het korenveld naar beneden om vervolgens nog een klein stukje door een weiland te banjeren. Het weiland wordt niet begraasd en alles staat hoog: gras, brandnetels, onkruid. En er zijn gaten, die ik niet zag.
Daar lig ik dus, midden in het gras boven op een mooie fazantenveer, die ik gelijk goed kan bekijken (ik neem hem mee naar huis). Mijn armen, handen en linkerbeen komen minder goed gerecht: in de brandnetels. Mijn rechterbeen bungelt nog in de kuil, maar blijkt nog aan mij vast te zitten. Eergisteren, in Odense, hadden mijn (achter)neefjes Gerjon en Erwin mij geleerd hoe je een brandnetel aan kan raken zonder je te 'branden'.
Ik moet nog een beetje meer oefenen...
Ik mag van Jørgen zijn computer gebruiken en op deze laatste avond in Denemarken schrijf ik met pijnlijke vingers een lange mail naar het thuisfront.
Dag 30 en 31, zaterdag 8 en zondag 9 augustus, Magtebølle – Avernakø – Magtebølle – Odense – Zeist
Afstand: 25 km
Weer: zon, heet
Route:
Auto: Magtebølle, Faaborg
Boot: Faaborg, Avernakø
Fiets: Avernakø
Boot: Avernakø, Faaborg
Auto: Faaborg, Magtebølle, Odense
Trein: Odense, Utrecht
Fiets: Utrecht, Zeist
Vandaag gaan Jørgen en Ingrid met een paar buren uit Magtenbølle naar het eiland Avernakø. Het is een soort dorpsuitje, betaald van de opbrengst van de verkoop van kerstbomen, afgelopen kerst.
En ik mag mee! Op Avernakø ben ik nog nooit geweest, dus die kan ik dan weer aan mijn verzameling toevoegen. Het eiland ligt onder Funen en boven het eiland Ærø.
We zijn met z’n zessen: Jørgen en Ingrid, het stel Henning en Julle (ook bij hen kan er in de tuin gekampeerd worden!), Poul, een wat oudere man en ik. Eerst moeten we naar Faaborg, daar vandaan vertrekt de boot naar Avernakø. Jørgen en Henning willen er op de racefiets naar toe en hadden mij gisteravond gevraagd om mee te gaan.
Eigenlijk is het mijn eer te na om nu in de auto te stappen bij de dames en de oudere Poul, maar ik vraag me af of het fietsen voor mij wel haalbaar is. Het is zo’n veertig kilometer met veel klimmetjes en de tijd die ze daarvoor willen nemen is me te kort. Ik ben niet zo’n racefietser en ik zal ze waarschijnlijk ophouden met als gevolg dat we te laat voor de boot ko-men. En de volgende gaat pas vijf uur later...
Omdat de beide mannen wel mee terug gaan in de auto, gaan we met twee auto’s naar Faaborg. Poul rijdt met Julle mee en ik met Ingrid. Het voelt wel vreemd om alles wat je de afgelopen dagen gefietst hebt, nu voorbij te zien zoefen.
Onderweg doen we nog boodschappen om de picknickmand te vullen en op een haar na halen we de boot.
Bij de haven, in het westen van het eiland, huren we fietsen. Jørgen en Henning rijden op hun eigen fiets en de rest heeft een huurfiets. Mijn fiets kon helaas niet mee omdat die op de terugweg niet meer in een van de auto’s kan.
De huurfietsen hebben hun beste tijd gehad, maar we doen het er mee.
Het eiland is langwerpig, van het westen naar het oosten en bestaat als het ware uit twee delen die aan elkaar verbonden zijn met een dijk. Heel vroeger was er land tussen de twee delen, maar door de lage ligging is dat langzaam door de zee overgenomen, waardoor het eiland in tweeën werd gesplitst. Julle vertelt dat volgens overlevering Avernakø uit een streng christelijk deel bestond en een deel waar men wat minder streng was met de leer. Omdat de jongelui in het weekend uit wilden en er daar in het streng christelijke gedeelte geen gelegenheid voor was, moesten ze naar de overkant om uit te kunnen gaan. In de vorige eeuw was die dijk er nog niet, maar stond het water wel heel laag. De jongens tilden de meisjes op en liepen zo door het water naar de overkant.
We nemen de boot van drie uur weer terug, er moet namelijk nog een trein naar Utrecht worden gehaald vanavond.
Als we bij de haven wachten op de veerboot, beginnen een paar mensen enthousiast te roepen en te wijzen. Ik zie een schip, maar begrijp de commotie niet. Jørgen legt uit dat het schip van het Deense koninklijk huis is, dus misschien vaart de koningin wel voorbij of de kroonprins met z’n vrouw...
We rijden met deauto weer terug naar huis. Henning is met Julle en Poul meegegaan en Jørgen zit bij ons in de auto. We rijden door Svanninge Bakker, een natuurgebied boven Faaborg, waar ik vorig jaar ook doorheen heb gefietst, en stoppen even bij Trente Mølle, waar een bezoekerscentrum en watermolen staat.
Mijn galgemaal eet ik bij Jørgen en Ingrid, waarmee er een eind komt aan deze bijzondere vakantie. Jørgen brengt mij met de auto naar het station in Odense, waar ik de nachttrein neem naar Utrecht.
Wat een vakantie! En wat ben ik blij dat ik toch niet naar huis ben gegaan twee weken geleden. Wéér heeft Denemarken mij een onvergetelijke tijd bezorgd. Ik kom terug!
Veni Vidi Fietsie!