Dag 7 , Donderdag 16 juli, Växjö - Vetlanda

Afstand: 83,5 km (waarvan 3 gelopen, met fiets)
Weer: zon, heet

Route:

Eigen route, Sverige leden

Växjö, Rottne, Drev, Ramkvilla, Södra Solberga, Korsberga, Vetlanda

2 x lekke band

 

Ik ben nog maar net op weg, wanneer ik een lekke band krijg. Ik fiets op dit moment over de weg naar Rottne. Het is een autoweg met een apart fietspad ernaast. Gelukkig maar, want het is een drukke weg. Het duurt even voor ik het gat gevonden heb, maar ik kan de veroorzaker niet vinden, niet in mijn band en niet op de weg. Omdat mijn fiets zelf tot nu alle problemen heeft veroorzaakt (nog steeds moet ik een paar keer per dag mijn bagagedrager omhoog trekken, omdat hij anders op het wiel leunt), geef ik hem ook nu weer de schuld.
Anti-lekbanden van het merk Swalbe zijn niet lek te krijgen. Behalve die van mij.
Vanaf de aankoop van mijn fiets in december afgelopen jaar, heb ik toch zeker zo’n meer dan tien lekke banden gehad. Tijd voor een nieuwe achterband. Alhoewel, veel vertrouwen heb ik niet meer in mijn fiets. Wellicht een heel nieuw achterwiel. Of nog beter: een nieuwe fiets!! 

 

Een boerderij in Drev

Een boerderij in Drev

 

Småland is heuvelachtig. Het zijn geen hoge bergen, maar het zijn er veel en ze hebben soms wel hellingspercentages van tien procent. Vandaag is het een zware tocht en de hitte maakt het er niet mak­kelijker op. Toch geniet ik volop want Småland is wel erg mooi. Veel bossen met mos als bodembedekker, overal stenen en rotsblokken, mooie weggetjes met amper verkeer en af en toe eens een rood huis(je).

Aan het eind van de dag ben ik moe. Voorbij Korsberga kan ik kiezen tussen twee wegen naar Vetlanda. Nu heb ik inmiddels al wel ervaren dat ik de dikke rode lijnen op de kaart het beste kan ver­mij­den. Deze wegen zijn druk en al zijn ze niet te vergelijken met de Nederlandse autowegen, toch fietst het niet prettig. Helemaal omdat je òf met zware krachtsinspanning jezelf naar boven moet hijsen, òf je gaat met een rotgang naar beneden. In beide gevallen moet je ook nog eens extra alert zijn voor het verkeer wat je onge­na­dig voorbij dendert. De smallere rode lijnen op de kaart zijn daar­en­tegen bijna zonder uitzondering schitterende landwegen die door de natuur of door kleine dorpjes heen kronkelen.
Nu rij ik een klein stukje over zo’n dikke rode lijn, de 31, en zie op de kaart dat er zo meteen een weggetje naar links gaat die op den duur wel weer op de 31 terecht komt. Het is een stukje om, drie of vier kilometer, maar die heb ik er ondanks de vermoeidheid graag voor over.

img 3029aPff, nog zo’n dikke vijftien kilometer en dan ben ik bij de camping. Ik heb steeds het gevoel dat mijn achterband leegloopt, maar dat ge­voel heb ik al de hele dag en elke keer als ik even aan mijn band voel­de, bleek mijn achterdocht ongegrond. Ik baal dat ik niet meer onbekommerd, zonder zorgen kan fietsen.
Maar dan blijkt mijn wantrouwen terecht: mijn band loopt inder­daad heel langzaam leeg. Nee, alsjeblieft, laat het niet waar zijn! Maar het is maar al te waar en even later sta ik aan de kant van de weg, met de fiets weer op z’n kop. Ik heb geen reserveband meer, die heb ik er vanmorgen opgelegd. Dan maar plakken, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan: ik kan nergens het gat vinden, de band blijft vol als ik hem opgepompt heb, ik hoor niets, zie niets, voel niets. Ik probeer het ook met de lekke band van vanmorgen. Deze idem dito. Hoe kan dan nou? Een band kan toch zo maar niet leeglopen zonder lek? Ik kijk de ventielen na, maar ook deze lijken in orde. Ik leg een van de banden er weer in. Pomp de band op, knoop alle bagage weer op de fiets en rij weer verder. Nog geen halve minuut later is de band weer leeg. Ik gooi alle bagage weer op de grond, zet mijn fiets weer op de kop en leg nu de andere binnenband er in. Ook deze loopt weer leeg zodra ik aan het fietsen ben. Nu ben ik echt radeloos.

Voor mij maakt het veel uit wáár ik een lekke band krijg. Een lekke band is een lekke band, zou je zeggen, maar echt, het verschil zit ‘m in waar je de lekke band krijgt! Zo is een lekke band krijgen vlak bij een picknicktafel en een watertap in de buurt op een mooi plekje veruit te prefereren boven een plek langs de kant van een drukke autoweg, zonder enige beschutting, waar je je leven bijna niet zeker bent.
Deze weg heeft geen picknicktafel en al helemaal geen water in de buurt. Maar het is ook geen levensgevaarlijke autoweg. Sterker nog, er is mij tot nu toe nog geen enkele auto gepasseerd. Oftewel, ik ben helemaal alleen in de middle of nowhere.

Goed, ik ben dus echt radeloos. En vreselijk boos. Als ik nu in de buurt van een trein- of bushalte was geweest, had ik waarschijnlijk mijn fiets achtergelaten en was linea recta naar huis gegaan.
Maar er is geen trein of bus in de buurt, zelfs geen mensen. Alleen maar bomen, bomen en nog eens bomen. En ze staan ook nog eens te ver van de weg om enige beschutting tegen de brandende zon te geven.
Ik slik een paar keer en ga op pad. Ik ben moe en heb nog zo’n twaalf kilometer te gaan zie ik op de kaart. En het zijn ook nog eens geen vlakke kilometers. Ik heb nu alle tijd om te piekeren en doem­denken, helemaal als ik na enige tijd een sms-je krijg van Ghis­laine: “Hoe is het? Philine zegt dat ze Gea gaat verkopen, van je rom-bom wat maal ik erom”.
Jeetje, ook dat nog, denk je dat je alles hebt gehad, wil je oppaskind je ook nog verkopen. Amper vier jaar en dan al zulke lied­varia­ties bedenken!

En dan doemt er een klein rood huisje aan de rechterkant naast me op en tegelijkertijd zie ik aan de linkerkant, iets verderop ook een huis. Eerst deze maar eens proberen. De voordeur staat open en ik roep “hello!”. Geen reactie. Nog eens. Er komt een kat aan die hef­tig begint te miauwen, maar verder blijft het stil. Hm... nou ja, de Zweden staan ook niet bepaald bekend om hun gastvrijheid, al heb ik in deze korte tijd ook al wel anders ervaren.
Ik loop richting het volgende huis en zie een wat oudere man in vrijetijdskleding naar zijn schuur lopen. Hij maakt op mij geen ge­vaar­lijke indruk, al moet ik toegeven dat door de omstandigheden mijn blik daarop enigszins vertroebeld is.
“Hello, talar ni engelska (spreekt u Engels)?”
“Ja, een beetje.”
“Weet u misschien een Bed en Breakfast in de buurt? Ik heb pech met de fiets”.
Ik geef toe dat ik enige wartaal uitkraam. Maar om nou gelijk op de man af te vragen of hij mijn fiets kan maken, of naar de camping kan brengen, of onderdak wil verlenen, gaat mij te ver.
“Nee er is hier niets in de buurt. Wat is er met je fiets?”
Ik vertel hem het verhaal en hij kijkt nadenkend naar mijn fiets en vervolgens op zijn horloge.
“Ik ben ooit fietsenmaker geweest. Het lijkt me het handigst om er even een nieuwe binnenband in te leggen. Een vriend van mij in Korsberga heeft een hele grote fiets- en viswinkel. Als we je achter­wiel eruit halen, rijden we er even met de auto naar toe. Maar we moeten wel opschieten, want hij gaat bijna sluiten. Ik zeg even te­gen mijn vrouw dat ik even weg ben.”
Door dit laatste zinnetje verlies ik mijn laatste restje achterdocht, haal gelijk alle bagage van de fiets en maak voor de zoveelste keer mijn achterwiel los.
De vrouw komt naar buiten en zegt dat ik gerust de bagage bij de voordeur kan laten liggen.
Even later zitten we in de auto. “Mijn dochter is jarig en komt zo met haar vriend bij ons haar verjaardag vieren. Ze neemt meteen mijn moeder mee”. Ik feliciteer de man en voel me schuldig voor de overlast die ik hem bezorg. Maar die wuift hij meteen weg, nergens voor nodig. Voor hem was het alleen maar logisch om me te helpen.
Na een kwartiertje rijden komen we bij de fietsenmaker aan. Het blijkt een enorme winkel te zijn met niet alleen alles voor de fiets, maar ook alles voor de hengelsport, de tuin en ‘vrije tijd’.

De fietsenmaker kijkt nadenkend naar mijn wiel. “De buitenband is nog prima hoor, maar ik zal er een nieuwe binnenband in leggen”. Hij loopt naar achteren en komt even later terug. Ik schrik als ik zie wat hij in zijn handen heeft: niet alleen een doosje met een nieuwe binnenband, maar ook een boormachine!
“Wat gaat u doen??” vraag ik angstig.
“Het gat in de velg groter maken. Ik heb geen binnenbanden met een Frans ventiel zoals jij hebt, alleen maar banden met een Dun­lop-ventiel, maar die past niet door het gat”.
Ik slik even. Oké, dat moet dan maar, een alternatief is er niet.
“Het is maar één millimeter groter hoor, hier kan straks ook nog wel een Frans ventiel in”.
Even later ziet mijn wiel er weer uit zoals het er uit hoort te zien, met een harde band er omheen. Ik koop er gelijk een nieuwe reser­ve binnenband bij.

Als we weer terug zijn leg ik het achterwiel er weer in. “Je redt je wel hè? Ik moet nog even wat doen, voor m’n dochter komt. Ik zal je even laten zien waar je je handen kan wassen en waar het toilet is”.
Als mijn wiel er in zit, schroef ik gelijk mijn bagagedrager weer los, trek hem zo ver mogelijk omhoog en zet hem weer vast. Muurvast.
Inmiddels zijn de dochter, de schoonzoon en de moeder ook gearriveerd. Ze lijken helemaal niet op te kijken van mijn aan­we­zig­heid. Ik stel me voor en feliciteer de jonge vrouw met haar verjaar­dag. Ik voel me opgelaten en wil zo snel mogelijk vertrekken, maar de oude moeder is erg nieuwsgierig en vraagt me van alles over de reis, de fiets, de bagage en mezelf. IJverig wordt het door familie­leden vertaald.
Even later zit ik weer op de fiets. Ik ben blij dat het zo afgelopen is, maar onbekommerd fietsen is er niet meer bij en dat is toch wel de bedoeling van een fietsvakantie.

Zonder verdere kleerscheuren kom in in Vetlanda. De camping daar is klein en mooi. En zoals alle campings tot nu toe: aan een meer.

 

 De rotzooi van een fietskampeerder

De rotzooi van een fietskampeerder

 

Dag 8 , Vrijdag 17 juli, Vetlanda - Vimmerby

Afstand: 79,5 km
Weer: zon, heet

Route:

Eigen route, Astrid Lindgrenleden
Vetlanda, Holsby-brunn, Skede, Bellö, Kråkshult, Mariannelund, Vimmerby

 

De weg tussen Vetlanda en SjunnenGisteravond heb ik besloten maar eens heerlijk uit te slapen en een rustdag te nemen. Ik heb een mooi plekje en er moet ook weer eens een wasje worden ‘gedraaid’.
Ik word om half negen wakker van een geluid. Plok, plok zo gaat het om de paar seconden. Regen? Hagel? Nee, maar wat dan wel? Ik doe de rits van de tent open, steek mijn hoofd naar buiten en kijk naar boven. Juist op dat moment valt er een rode bes op mijn gezicht. Ah... Ik heb weer eens niet goed opgelet onder wat voor een boom ik de tent heb opgezet. Ik kijk nog eens goed naar boven en zie tot mijn verbazing dat er een eekhoorn in de boom zit die doel­ge­richt (echt waar! Denk ik...) besjes naar beneden gooit. Als ik de tent helemaal uitkomt, rent hij (of zij) hard weg. Ik bekijk mijn tent en zie een paar rode vlekken in het tentzeil. Zucht...
Overigens is het prachtig weer. Een mooie dag om te fietsen! Ik be­sluit de rustdag uit te stellen en weer op de fiets te stappen.

Tot mijn schrik kom ik tot de ontdekking dat ik mijn logboekje ben verloren. Ik fiets een heel eind terug, maar zie niets liggen. Shit! In mijn logboekje schrijf ik niet alleen de dagafstanden, het weer en waar ik geweest ben, maar ook noteer ik waar ik welke foto heb ge­maakt. Dat laatste valt in de meeste gevallen niet meer te achter­halen. Hiervoor moet ik in mijn geheugen graven en ondanks dat ik nog maar een week onderweg ben, is er al zoveel gebeurd, dat ik van veel foto’s echt niet meer weet waar het was. Tot en met dag 6 zijn de opschriften onder de foto’s dus bij lange na niet volledig. Jammer, maar niets aan te doen.
De campings en de route weet ik nog wel, die heb ik trouwens ook in de kaart ingetekend. De weersomstandigheden en andere, voor mij, nuttige informatie zitten deels nog in mijn geheugen en deels in mijn dagboek, dat ik dit jaar voor het eerst bijhoud.
Wat het aantal kilometers betreft: de eindstand tot nu toe staat in mijn kilometerteller. Van sommige dagen heb ik het aantal in mijn dagboek geschreven. Bij de overige dagen zal er misschien een kilometer te veel of weinig genoteerd zijn, maar het totale aantal tot nu klopt in ieder geval.

Mijn ideeën over de route beginnen nu wat meer vorm te krijgen. Mijn wensenlijstje is veel te lang en ik heb er voor gekozen om in ieder geval via Vimmerby naar Stockholm te fietsen. Daarna ga ik kiezen: of met de boot naar Götland en via Öland dwars door Zwe­den richten het westen. Of vanaf Stockholm tussen de twee grote meren door naar Göteborg. Ik zie wel.
Nu eerst naar Vimmerby, de geboorteplaats van mijn favoriete kinder­boekenschrijfster Astrid Lindgren!