Klaar voor vertrekVoor het derde achtereenvolgende jaar ga ik weer met mijn fiets richting noorden. Mijn plan is om eerst drie weken door Zweden te fietsen en vervol­gens nog een week door Denemarken. Dit keer ligt de nadruk meer op Zweden. Het land van Astrid Lindgren en Selma Lagerlöf. Het land van meren en scheren, elan­den en wolven. Al zal ik die laatste twee niet zo gauw tegenkomen, want ik blijf onder Stockholm.
Een duidelijk plan heb ik nog niet, maar ik heb een gids van de Sverigeleden. Deze fietsroute gaat zo’n beetje kris kras door heel Zweden en wordt beschreven in drie delen. Hoewel de beschrij­vin­gen in het Zweeds zijn, kun je je als niet Zweeds-talige prima redden, want de route is bewegwijzerd en wordt duidelijk weerge­ge­ven op kaarten. Het prettige van de gidsen is dat ze met alle kaarten heel Zweden beslaan. Daardoor kan je makkelijk van de route afwijken en eventueel je eigen route samen stellen zonder dat er daarnaast nog fietskaarten nodig zijn. Ik heb het derde deel van de drie gidsen: Zuid-Zweden.
Er zijn wel een paar plekken waar ik graag naar toe wil: De sche­ren­kust van Bohuslän, tussen de twee grote meren door (of er om­heen...): het Vänern en Vättern, Vimmerby (geboorteplaats van As­trid Lindgren), Stockholm, Mälaren, de eilanden Gotland en Öland.
Hoe ik dat allemaal in drie weken wil doen, weet ik nog niet. En ik geef toe dat het wel heel erg ambitieus is. Maar goed, als ik een­maal in Zweden ben, laat ik me leiden door weer en wind en zie wel hoe ver ik kom.

Ik heb een treinticket gekocht via de Treinreiswinkel. Voor ongeveer €80,- heb ik een retourtje Denemarken, mét fiets. Met de nacht­trein ga ik op de heenweg van Utrecht naar Kopenhagen en op de te­rug­weg van Odense naar Utrecht.
En wat dit keer heel prettig is: ik word op de trein gezet door Ma­nou en Philine. Gezien mijn ervaring van vorig jaar, ben ik hier ont­zet­tend blij mee (zie: Het Spoor Bijster).

Vrijdagavond, 10 juli, vertrek ik richting Kopenhagen.

 

Dag 1 en 2, vrijdag 10 juli en zaterdag 11 juli, Zeist - Råå

Afstand: 56 km
Weer: zonnig, bewolkt, warm

Route:

Nationale route nr. 9, eigen route
Trein: Driebergen/Zeist – Kopenhagen
Fiets: Kopenhagen, Rungsted, Humlebæk, Helsingør, Helsingborg, Råå

 

Ik hang met mijn hoofd uit het raam van de trein en ruik de frisse Deen­se lucht. Het is zaterdagochtend, kwart voor zeven, en de zon schijnt.
Ik ben weer in Denemarken!

Een beetje geradbraakt ben ik wel. Ik deel mijn coupé met vijf pad­vin­ders uit Noord-Holland. Ze gedragen zich keurig hoor, daar niet van, maar toch… 

 

City Night Line

‘Mijn’ coupé. Mijn medereizigers verblijven een groot deel van de nacht in de restauratiewagon daardoor kan ik het grootste gedeelte van de nacht mijzelf verdelen over drie stoelen en zelfs af en toe een beetje slapen

 

Het had nogal wat voeten in de aarde voordat ik goed en wel in de trein zat. Ik vertrok gisteravond van huis en voelde meteen dat mijn achterband aanliep. Ik kon niet zien wat de oorzaak was en om­dat de fietsenmaker nog open was en ik mezelf een uur speling had gegeven, besloot ik om er toch maar even langs te gaan. De fietsenmaker die mij en mijn fiets inmiddels kent (ik heb ‘m een half jaar geleden daar gekocht en er ook al de (on)nodige problemen mee gehad tijdens mijn fietsvakantie in het voorjaar), was bereid om zijn pauze op te offeren en hing mijn fiets aan de stangen. Hij draaide het achterwiel, maar er liep niets aan. “Maar als ik fiets, voel ik toch echts iets op mijn achterwiel, misschien is wel het spat­bord”, suggereerde ik. Het spatbord raakte weliswaar het achter­wiel niet, maar voor mijn lekenogen zit het er veel te dicht op. En als ik, door er op te gaan zitten, het geheel nog meer naar beneden duw, lijkt het me zo toe dat daar de oorzaak is te vinden. Maar de fietsenmaker had een andere mening. Hij dacht dat ik de remblok­jes te strak op het wiel had geplaatst. Uh... ja, dat zou zo maar kunnen natuurlijk, wie ben ik om een fietsenmaker tegen te spreken...
Overigens is het een hele aardige fietsenmaker hoor, hij gaf me nog een set extra remblokjes mee en ook een extra remkabel. De bergen in Zweden zijn dan wel niet al te hoog, maar er zal maar in de middle of nowhere  een remkabel knappen.
Opgelucht ging ik weer op pad. Maar ik was nog niet eens de straat uit, of ik voelde weer iets tegen mijn achterwiel. Shit, shit, shit! Die stomme fiets. Na al dat geklooi in het voorjaar, nu dit weer.
Ik besloot toch door te gaan, als ik m’n trein zou missen in Utrecht, zou me dat te veel geld kosten en in Kopenhagen, waar ik zaterdagochtend zal aankomen, zijn ook fietsenmakers.
In plaats van naar Utrecht te fietsen, besloot ik om op station Dreibergen-Zeist al in de trein te stappen, ik was toch in de buurt.

In Utrecht aangekomen, had ik nog een half uur de tijd voordat de nachttrein vertrok.
Manou en Philine hebben me uitgezwaaid en dat was niet alleen ge­zel­lig, maar ook erg nuttig. Het blijft een stressvolle aangelegen­heid: een trein die niet stopt op de plek waar hij hoort te stoppen, zodat je keihard naar het eind van het perron moet rennen om in de juiste coupé terecht te komen. En dan snel inladen, voordat de trein z’n deuren sluit om te weer verder te rijden.  

Maar nu hang ik dus uit het raam. Het is prachtig weer en ik geniet van het Deense landschap. Persoonlijk vind ik Zuid-Jutland het minst mooie deel van Denemarken, maar de zon maakt veel goed.
Ik heb gisteravond nog even naar mijn fiets gekeken en geprobeerd het spatbord wat te buigen. Geen idee of het helpt. Nog een paar uur en dan zijn we in Kopenhagen. Nog even genieten van de op­ko­men­de zon en het steeds mooier wordende Denemarken.

De reis verloopt spoedig en om een uur of elf stap ik uit de trein. Ik laad mijn fiets op en vol spanning fiets ik weg. Ik voel meteen dat het fout zit. Zucht... Oké, eerst maar een fietsenmaker dan. Er zit er een dicht bij het station.
“Ik denk dat de remkabel wat te strak zit, mevrouw”. Remkabel? Alweer?? Ik vertel hem mijn bevindingen, maar de fietsenmaker draait eens aan het achterwiel. “Nee hoor, dat zit wel goed”. “Ja maar, nu zit er geen bagage op en ik zelf ook niet. Door het gewicht wordt het spatbord op het wiel gedrukt”.
Nou had ik de vorige fietsenmaker niet tegengesproken, maar bij de­ze doe ik toch iets meer m’n best. Ik ben er van overtuigd dat daar het probleem zit.
“Ja maar mevrouw, als dat het probleem is, kunnen wij er niets aan doen. Het spatbord zit nou eenmaal vast aan de bagagedrager.” Ja, nou en? Je hebt toch wel spierballen? Gewoon ombuigen die boel.
Ik zeg het niet hardop en ondertussen heeft de fietsenmaker de remkabel opnieuw afgesteld. Waarschijnlijk spreekt mijn gezicht boekdelen, want de fietsenmaker spreekt mij geruststellend toe: “Hij is echt weer helemaal in orde, je kunt zo naar de Noordkaap fietsen!” Grapt hij er nog achteraan. Ik hoef in ieder geval niet te betalen.

Zodra ik op de fiets zit, wordt mijn achterdocht bevestigd. Wat te doen? In ieder geval eerst even lunchen en nadenken.
Ik zet mijn fiets bij een kiosk en probeer eerst eens even mijn ba­ga­gedrager omhoog te trekken. Lastig is dat wel met al die bagage.
Na de lunch fiets ik verder. In de eerste instantie lijkt het wat ge­hol­pen te hebben, maar na korte tijd voel ik weer dat ik word te­gen­gewerkt. Zo voelt het letterlijk: alsof iemand achter aan je fiets zit te trekken. Nu is dat het grootste probleem nog geeneens. Dat is namelijk de slijtage aan de band die het oplevert, met alle gevol­gen vandien.

En zo fiets ik noordwaarts, om het uur even weer aan mijn bagage­dra­ger trekkend. Het helpt enigszins.
Overigens bof ik enorm met het weer. De voorspellingen voor van­daag waren slecht. Na een periode van mooi weer, zou het de ko­men­de dagen slechter worden: kouder en veel regen. Maar, ook al is het bewolkt, de regen blijft uit en de zon laat zich regelmatig zien. Wel waait het, maar dat ben ik gewend van Denemarken. En ik heb de wind mee!

Na een slechte start zit het me de rest van de dag wel mee. De route is redelijk vlak met lichte glooiingen, al heb ik de indruk dat ik meer daal dan stijg. Tegen alle verwachtingen in kom ik aan het eind van de middag al in Helsingør aan. Ik koop een kaartje voor de boot naar Helsingborg in Zweden en vraag hoe laat die gaat. “Nu”, zegt de loketbeambte. Ik haal de boot op het nippertje, waardoor ik vlak voor sluitingstijd bij de ‘Tourist Office’ in Helsingborg aankom. Hier vraag ik waar de dichtstbijzijnde pinautomaat is om Zweedse kro­nen te pinnen en ik vraag naar de dichtstbijzijnde camping. Een beetje haast heb ik wel want er hangt een enorm donkere wolk bo­ven mij.

Slot Kronborg in HelsingørHelsingör

To be or not to be: hier, op Kasteel Kronborg in Helsingør voerde William Shakespeare zijn prins Hamlet op / Aankomst in Helsingborg

 

Ik had op de kaart gezien dat er ook een camping ten noorden van Helsingborg lag, maar dat is nog twintig kilometer fietsen. De cam­ping in Råå, ten zuiden van Helsingborg, is nog maar een klein eind­je. Wil ik droog overkomen, dan heb ik bij die laatste de meeste kans. Morgen zal ik wel verder zien of ik alsnog langs de kust naar het noorden ga, of een hele andere route neem.

De camping is groot en vreselijk duur. Ook hangen er camera’s bij de ingang, dat is blijkbaar nodig en geeft mij het gevoel dat ik extra goed op m’n spullen moet passen. Ik heb wel een aardig plekje en met een paar stappen sta ik op het strand. Ook is er een ruimte om te koken en te eten. Handig!
De donkere wolk waait over en het blijft gelukkig droog. Ik schroef mijn bagagedrager los, trek hem zo ver mogelijk naar boven en schroef hem weer vast. Het spatbord zit nu iets hoger boven de band van het wiel. Hopelijk blijft hij zo zitten als morgen de bagage erop zit. 

 

Dag 3, Zondag 12 juli, Råå – Vinlöv

Afstand: 123 km
Weer: zonning, bewolkt

Route:

“Sverigeleden”
Råå, Ekeby, Stanstorp, Hörby, Vinslöv

 

Gisteren had ik een pasje gekregen waarmee ik toegang had tot de toi­letruimte. Het nadeel daarvan is, dat je dat de volgende dag moet inleveren bij de receptie die niet voor achten open is. Je kan dus niet eerder weg, als je dat zou willen (en dat wil ik…).
Hoe dan ook, om acht uur lever ik netjes m’n pasje in en vraag aan het meisje van de receptie of ze weet wat voor weer het wordt. Ze kijkt voor me op de computer en laat het me zien. Hm… regen, veel regen vandaag. En harde wind. Het komt vanuit Denemarken, dus als ik de wind mee wil hebben, moet ik richting oosten.
Ik besluit ter plekke om dan maar niet langs de kust naar het noor­den te fietsen, maar het binnenland in. Trouwens, de Sverigeleden gaat ook die kant op.

Het eerste gedeelte is een beetje saai en tot mijn verbazing heb ik de wind tegen. Af en toe komt er een donkere lucht overwaaien, maar het blijft droog. En de zon laat zich regelmatig zien. Zit de Zweedse weersvoorspelling er zo erg naast? Of is onverwacht de wind gedraaid?

 

Bijzondere huizen in ZwedenBijzondere huizen in Zweden

Hm... bijzonder huizen in Zweden...

 

In de loop van de dag wordt het landschap steeds mooier. En hoe verder ik van de kust raak, hoe minder verkeer ik tegenkom. Ik fiets over rustige, stille weggetjes en kom bijna niemand tegen. Het doet een beetje onwerkelijk aan in vergelijking met het drukke Ne­der­land. Het is dezelfde gewaarwording die ik twee jaar geleden ook had toen ik Denemarken in fietste, in Zuid-Jutland. Ook hier voel ik me prima op m’n gemak.
De regen blijft uit en de wind wordt ook steeds zwakker hoe verder ik landinwaarts fiets. Het wordt wel steeds heuvelachtiger, maar dat levert ook mooi vergezichten op.

 

Handig voor de postbode

Handig voor de postbode…

 

Het is hier in Zweden wat dunner bezaaid met campings. Als ik er eindelijk eentje vind, in Vinlöv, ben ik 123 kilometer verder. Mijn dag­record!
Er is geen beheerder, maar ik lees op de deur dat ik die kan bellen. Een behulpzame campinggast biedt aan dit voor mij te doen omdat de beheerder geen Engels spreekt. Ik mag zelf een plekje zoeken en morgenochtend betalen. De camping is klein en rustig en heeft ook een ruimte om te koken. Overigens hebben de meeste Scan­di­na­vische campings een ruimte om de koken en te eten. Heel handig voor fietsers of wandelaars met een klein tentje.
Het is de hele dag droog gebleven, maar nu ziet het er toch wel erg dreigend uit. Als ik rond negenen m’n slaapzak in duik, begint het dan toch eindelijk te regenen.