Een nieuw hoofdstuk zou wellicht kunnen betekenen dat het fietsleed voorbij is. Maar niets is minder waar, helaas. Toch wil ik hiervoor Astrid Lindgren niet laten wijken... Nee, zij, en de hoofdrolspelers uit haar boeken, verdienen hier een apart hoofdstuk.
Vervolg dag 8, vrijdag 17 juli, Vetlanda - Vimmerby
Mijn eerste kennismaking met Astrid Lindgren was de televisieserie over Emil van de Hazelhoeve. Eigenlijk heet Emil in het Nederlands Michiel, maar waarom er ooit in de vertaling voor Michiel is gekozen weet ik niet. In Duitsland hebben ze dat overigens ook gedaan. Jammer, wat mij betreft had hij gewoon Emil, of desnoods Emiel mogen blijven heten. Ik was erg jong toen de serie op televisie was, maar ik herinner me nog heel duidelijk dat zijn moeder altijd “Emiiiiiiiiiiiiiiiiiiil.............” riep als hij weer iets had uitgespookt. Blijkbaar had dat ook indruk op mijn moeder gemaakt, want mijn jongste broer Emiel is naar hem vernoemd, misschien achteraf niet zo handig, want hij bleek al net zo’n belhamel te zijn.



Bij Kråkshult pik ik de Astrid Lindgrensleden op / "Welkom in Mariannelund"
Ik kom aan in Mariannelund, de plaats waar ook Emil’s eerste avontuur begint:
Emil mag van zijn moeder het laatste restje soep uit de pan likken en steekt daarvoor zijn hele hoofd in de soepterrine. Als de pan helemaal schoongelikt is, wil Emil zijn hoofd uit de terrine halen, maar die zit vast. Emil’s ouders gaan, ten einde raad, naar de dokter in Mariannelund. En omdat Emil een beleefd kereltje is, maakt hij een buiging voor de dokter. Hierdoor knalt hij met zijn hoofd, en dus ook met de soepterrine, tegen het bureau van de dokter, waardoor de terrine in twee stukken op de grond valt.
Met een gebroken soepterrine verlaat Emil Mariannelund weer. Het verhaal heeft nog een enorme staart, maar wie daar in is geïnteresseerd moet het boek maar lezen.
Vanuit Mariannelund besluit ik de kortste weg naar Vimmerby te nemen, de 33. Op mijn kaart is het een dikke rode lijn hetgeen betekent: Gea, maak een omweg!
Maar omdat ik al zoveel geklommen heb vandaag en die dunne rode lijntjes naar Vimmerby niet alleen langer zijn, maar ook kronkeliger (= waarschijnlijk veel klimmen), besluit ik de snelste weg te nemen.
Wel, laat ik er kort over zijn: de weg is twintig kilometer lang en gaat tot vlak voor Vimmerby alleen maar omhoog met een hellingspercentage van zes procent. Omdat het vakantie is en er veel gezinnen Astrid Lindgren's World willen bezoeken in Vimmerby, is het errug druk op de weg.
In Vimmerby zelf ligt een stadscamping, maar die lijkt me niets. Ik had op de kaart al gezien dat er buiten Vimmerby ook een camping ligt, aan een meer. En omdat ik in ieder geval hier een dag langer wil blijven, wil ik ook een mooi plekje.
Ik kan op het trekkersveld staan, maar dat maakt voor de prijs niet uit. Ik ben er inmiddels al wel achter dat kamperen in Zweden voor mij heel duur is. Je betaalt namelijk per plek en of je nou een klein tentje hebt, of een enorme sleurhut, dat maakt niet uit. Ook het aantal personen heeft geen invloed in op de prijs. Op een enkele uitzondering na, betekent dat voor mij €15,- tot €20,- per nacht, net zo duur als een jeugdherberg in Zweden.
De camping is mooi, maar ook héél kindvriendelijk en meestal probeer ik dat soort campings te mijden. In het kleine winkeltje koop ik frisdrank en een minizakje chips. Laten we vanavond eens uitbundig doen.
Ik ben blij dat ik na het eten kan zitten. Het was een zware dag. De route was erg mooi, maar het was wel veel klimwerk. Er komt een man een praatje maken. Ik vertel hem dat ik morgen naar Katthult en Sevedstorp wil. Kattult is de filmlokatie waar Emil is opgenomen, bij ons beter bekend als "De Hazelhoeve". Sevedstorp is een dorpje waar “De kinderen van Bolderburen” is opgenomen (in het Zweeds: Bullerbyn).
De man, hij blijkt een Deen te zijn, vertelt enthousiast dat hij er vandaag met zijn kinderen is geweest. “Is het veel klimmen?”, vraag ik.
“Nee hoor, dat stelt niets voor.” En hij wijst mij op de kaart alternatieve wegen, om zo de drukke weg naar Mariannelund te mijden. “Dat zijn prachtige weggetjes en het is niet zo ver fietsen, de plaatsen liggen dicht bij elkaar."
Ik kijk op de kaart en schat dat een rondje Vimmerby, Katthult, Mariannelund, Sevedstrop, Vimmerby toch al gauw zo’n 55 tot 60 kilometer moet zijn. En een automobilist die zegt dat het met klimmen wel mee valt, is geen betrouwbare bron (weet ik uit ervaring). Nou ja, ik weet, dat als ik morgen wakker word, ik weer vergeten ben dat het vandaag zo zwaar was.
Dag 9, zaterdag 18 juli - Omgeving Vimmerby
Afstand: 64 km
Weer: zon, heet, vanaf 15.00 regen
Route:
Eigen route, Astrid Lindgrensleden
Vimmerby, Skillinga, Solbacka, Rumskulla, Gibberyd (Katthult), Rumskulla, Mariannelund, Sevedstorp (Bullerbyn), Pelarne, Skillinga, Vimmerby
2 x lekke band
Om acht uur word ik wakker van het getik van tentstokken. Voor mijn gevoel gebeurt er iets op maar 1 meter afstand verwijderd van mijn linkeroor. Ik rits mijn tent open en kijk naar buiten. Ik zat er niet ver naast: het is anderhalve meter.
Woedend kijk ik naar twee mannen die pal naast mijn tent de hunne opzetten. En niet geheel geluidloos.
Verdorie. Not in my backyard, please! Ze doen of ze mij niet zien en ik wil vragen of het niet een paar meter verderop kan. Ik kijk over het terrein, maar het veld loopt nogal schuin af en dit is wel het enige vlakke stuk.
Okay dan maar, ik ben toch vandaag de hele dag op pad en morgen fiets ik weer verder.
Rond tienen vertrek ik richting "De Hazelhoeve". De route is prachtig, maar ook zwaar. In Rumskulla ga ik voorbij de kerk bijna loodrecht naar beneden met de wetenschap dat ik hier straks ook weer omhoog moet.
Katthult is erg toeristisch, maar toch leuk om te zien en er rond te lopen.


Het huis van Emil, zijn ouders en zusje Ida. Op de voorgrond de vlaggenmast waar Emil zijn zusje ooit in heeft gehangen. Daarnaast het huisje van Alfred, de knecht.


Het toilet waar Emil zijn vader ooit heeft opgesloten. En de schuur waar Emil vaak opgesloten werd en waar hij honderden poppetjes uit hout heeft gesneden
Na “De Hazelhoeve” fiets ik verder richting Sevedstorp. Ik kom weer door Mariannelund waar ik mijn zoveelste lekke band krijg. Ik besluit om toch maar weer eens een fietsenmaker op te zoeken, dit is echt niet goed! Bijna dagelijks een lekke band en elke keer leg ik er een nieuwe binnenband op zodat ik weet dat het niet aan mijn plakkunsten kan liggen. Ik heb ook nog eens zo’n beetje de beste anti-lek-buitenband erop zitten, van Swalbe, en die ziet er m.i. prima uit. Daar kan het dan ook niet aan liggen.
Als ik vraag waar de fietsenmaker zit, krijg ik te horen dat de dichtstbijzijndste in Vimmerby is. Toevallig ben ik daar vanmorgen nog geweest om een nieuwe reserve binnenband te kopen.
Er moet een (goede) fietsenmaker naar kijken in de hoop dat die ontdekt wat er toch in vredesnaam aan de hand is. Naar Vimmerby lopen, met de fiets aan de hand, is geen optie: twintig kilometer steil omhoog. Ik leg toch maar zelf de nieuwe binnenband er op en hoop dat deze het langer volhoudt. Het liefst zou ik nu terug naar de camping gaan. Ik vertrouw de fiets echt niet meer èn het gaat regenen. Dreigende wolken komen heel langzaam mijn kant op, maar ik weiger de kortste weg (die steile van 20 km lang) naar Vimmerby te nemen. Nee, liever een omweg over een kronkelig weggetje door het bos. Oók steil, maar niet zo gevaarlijk. Èn die komt door Bullerbyn. Dus ik kan mijn plannen voor deze dag handhaven.
Het begint steeds harder te waaien en ik verdwaal een beetje in Mariannelund. Het weggetje dat naar Sevedstorp/Bullerbyn leidt, kan ik niet vinden. Als ik een mevrouw de weg vraag, waarschuwt ze me met “Wel een hele klim hoor!”. Ze blijkt gelijk te hebben.
In Sevedstorp is de vader van Astrid Lindgren, Samuel August, opgegroeid en hier heeft Astrid dan ook haar inspiratie opgedaan voor het schrijven van haar boek “De kinderen van Bolderburen”. Ook werd dit dorp, dat maar uit een paar huisjes bestaat, gebruikt als opnamelocatie voor de gelijknamige film.



Sevedstorp, oftewel “Bullerbyn”, hier spelen de verhalen zich af van “De kinderen van Bolderburen”. Een dorp met één straat waar drie kleine huisjes naast elkaar staan.
Als ik in “Bullerbyn” rondloop begint het te regenen en ik fiets weer verder. Eigenlijk wil ik ook nog naar Näs, het geboortehuis van Astrid Lindgren in Vimmerby, maar ik moet eerst nog maar eens in Vimmerby terecht zien te komen, al klimmend met een harde tegenwind en striemende regen.
Voorbij Pelarne fiets ik een klein stukje over de beruchte weg om na een paar honderd meter weer linksaf te gaan, mijn weg vervolgend naar Vimmerby. (Achteraf lees ik dat in Pelarne de oudste houten kerk van Zweden staat, uit de dertiende eeuw. Jammer, gemist.)
Ik kom in Vimmerby aan en dan gebeurt het. Jawel, weer een lekke band. Tot mijn opluchting ben ik heel dicht bij de fietsenmaker. Sterker nog, ik ben er net voorbij gefietst. Ik loop een stukje terug en constateer tot mijn schrik dat hij gesloten is. Het is zaterdag en dan stopt ‘ie al om één uur. Shit, shit, shit! Wat een gedonder. Klotefiets!
Een reserveband heb ik niet meer, plakken lijkt me ook zinloos en het weer nodigt nou ook niet uit om eens even gezellig je fiets op de kop te zetten en de band te gaan plakken.
Er zit niets anders op dan me bij de situatie neer te leggen en zuchtend begin ik aan de wandeling. De camping ligt een eind buiten Vimmerby, maar wel precies aan de andere kant van waar ik nu ben. Gelukkig is Vimmerby niet groot, maar als ik langs de stadscamping loop, wens ik toch dat ik daar was gaan staan.
Tijdens het lopen besluit ik dat ik voorlopig in Vimmerby blijf tot mijn fiets gerepareerd is, dus in ieder geval tot maandag, overmorgen.
Ondertussen kom ik ook nog langs een supermarkt. Ik bedenk dat ik nog boodschappen nodig heb voor morgen. Morgen is het zondag en het is altijd een verassing of er dan een supermarkt open is. Het zal niet de eerste keer zijn om op zondag zonder eten te zitten.
Na een uur kom ik op de camping. Inmiddels is het gaan stortregenen en ik ben zeiknat en zwaar ontmoedigd. Wat een vakantie. Dit doe je niet voor je lol...
Ik kom aan op de camping en blijf besluiteloos bij de tent staan. Ik kan in de keuken koken en eten, maar moet wel eerst mijn spullen te pakken zien te krijgen. Het stortregent nog steeds en als ik de tent open zal ritsen, wordt alles nat.
“Wil je even komen schuilen?” Ik kijk om me heen en zie dat ik nieuwe overburen heb. Ik ren naar ze toe en maak dankbaar gebruik van het aanbod. Het blijkt een Duits gezin te zijn, vader, moeder, zoon en dochter. Ik krijg een kop koffie van ze en we raken aan de praat. De vrouw verontschuldigt zich dat ze mij geen eten kan aanbieden. Ze hebben al gegeten en er is niet meer over. Ik was al lang blij met een kop koffie! En ik vind het helemaal niet erg om zo nog te koken.
Wel luxe, zo’n keuken met eetgelegenheid. Alles is er: kookplaten, oven, magnetron èn een aparte ruimte waar je je zelfgekookte maaltijd kan nuttigen. Toch is dit niet bijzonder want bijna alle campings in Scandinavië hebben dit soort voorzieningen.
De Deense meneer van gisteren komt binnen om af te wassen en we raken aan de praat. Ik vertel hem dat de door hem aangeraden weggetjes erg mooi waren, maar ook héél steil. Als hij hoort over mijn lekke banden en mijn besluit hier langer te blijven, biedt hij aan om morgen met hem en zijn kinderen mee te gaan naar Astrid Lindgrens Värld. Ik weet inmiddels dat hij alleenstaand is (“Nou ja, eigenlijk gescheiden, maar dat is al weer zó lang geleden...”) en twee kinderen heeft, een jongetje en een meisje. Dus: erg aardig, maar nee. Tussen twee haakjes: Astrid Lindgrens Värld is een familiepretpark.
Tijdens het koken en eten is het gestopt met regenen en ik zit nu voor de tent in mijn dagboek te schrijven. Ik heb al gedoucht en tanden gepoetst, dus als er weer water uit de lucht komt vallen, kan ik meteen de tent in om er niet meer uit te hoeven.
De twee mannen die hun tent vanmorgen in ‘mijn achtertuin’ hebben gezet, zijn in hun auto gestapt en liggen daar te slapen.
Dag 10, Zondag 19 juli - Rustdag
Weer: hele dag regen
Voor vandaag had ik me verheugd op een zonnige rustdag, maar helaas... het regent de hele dag pijpenstelen en ik breng mijn dag door met lezen en schrijven in het eetgedeelte van de keuken. Nou zou ik natuurlijk met paraplu een wandeling door de natuur kunnen maken, maar ik kan me daar niet toe zetten.
Toch vermaak ik me prima, want ik heb tussendoor veel aanspraak en doe ook nog mee met een gezelschapsspel, waarvan ik de naam weer vergeten ben. Hilarisch is het wel, want door middel van of tekeningen, of hints, of gebaren moet je een bepaald woord zien te raden. Nou is m’n Zweeds al niet zo best, ongeveer even slecht als mijn Russisch, maar dat mag de pret niet drukken. Sterker nog, het werd er juist des te leuker op.
Zo’n dag is eigenlijk uiterst onbevredigend. Je maakt er maar wat van, maar nóg zo’n dag en ik zal ik me dan toch afvragen waar ik in vredesnaam mee bezig ben.
Tot mijn verbazing zijn mijn Noorse buren, die twee mannen uit mijn ‘achtertuin’ verdwenen. Gelukkig maar, heb ik tenminste weer ruimte.
Dag 11, maandag 20 juli – Weer een rustdag...
Afstand: 11 km
Weer: zonnig, ’s middags veel wind en af en toe een bui
Route:
naar Vimmerby en weer terug
Ik begin mijn dag met het plakken van de twee banden die eergisteren lek gingen. Als ik naar de fietsenmaker in Vimmerby wil, zal ik moeten kunnen fietsen want om vier kilometer heen en vier terug te lopen, heb ik niet zo veel zin in.
Ik heb besloten om nou toch maar eens een nieuwe buitenband te proberen, hoewel de Swalbe er nog prima uitziet. Als ik dan nòg lekke banden krijg, dan weet ik het niet meer. Waarschijnlijk gooi ik dan de band met fiets en al weg...
Maar zover is het nog niet en ik heb alle vertrouwen in een nieuwe buitenband.
“Tja... ik heb wel één merk dat heel goed is. Maar dat is ook heel duur! Ik zal hem even halen.”
De fietsenmaker daalt af naar de kelder en komt even later terug. Ik heb hem om de aller- àllerbeste buitenband gevraagd.
“Dit is ‘em”, en hij legt een Continental-band voor me neer. Ik ben blij verrast want ik weet dat deze niet onderdoet voor een Swalbe-band. Ik ben benieuwd naar de prijs, helemaal omdat de fietsenmaker zei dat hij erg duur is.
“200 kronen”.
“Pardon???” Ik versta het vast niet goed, omgerekend ongeveer € 20,- is wel heel erg goedkoop voor dat merk.
“200 kronen”.
“two hundred?” vraag ik voor de zekerheid.
“Ja, ik zei al dat ‘ie erg duur is”.
“Uh... ja... valt best mee hoor...”
Met de nieuwe buitenband over m’n schouder fiets ik weer terug, maar in plaats van naar de camping terug te gaan, fiets ik door naar Näs, het geboortehuis van Astrid Lindgren.
Ik zet mijn fiets neer, doe hem op slot en hang de nieuwe buitenband over het stuur. Ik loop weg maar bedenk me, pak het kettingslot en maak de buitenband vast aan de fiets en de paal. Je weet maar nooit, ook al is dit geen Nederland.

Hier is Astrid Lindgren geboren en heeft ze haar jeugd doorgebracht



“De Limonadeboom”. Deze eeuwenoude boom werd door Astrid en haar broers en zussen de Uilenboom genoemd. Later, toen Astrid Lindgren Pippi Langkous’ ‘Limonadeboom” bedacht, had ze deze boom in gedachten.
Als ik terugkom op de camping (ik heb toevallig geen lekke band gehad), zet ik de fiets op de kop en ga aan de slag. Ik vervang niet alleen de buitenband maar ook de remblokjes aan de voorkant, smeer de ketting en poets de fiets een beetje schoon.
Als de fiets weer rechtop staat en ik probeer te fietsen, merk ik dat de band aanloopt. Zucht.
De band is dikker dan de vorige en alleen de bagagedrager omhoog trekken blijkt niet voldoende. Het beginstukje van het spatbord is van kunstof en dat breek ik er af. Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. Het helpt in ieder geval.
“Heb je er nou geen nieuwe binnenband in gelegd?” vraagt mijn Duitse buurman.
“Nee, ik heb al zoveel geld uitgegeven aan nieuwe binnenbanden en ook al heb ik ‘em geplakt, in principe is hij nog goed want hij is nieuw. Deze en alle andere binnenbanden hadden allemaal maar één gaatje, ik heb ze geplakt en nu dienen ze als reservebanden”.
En wat goed is, moet je niet zomaar weggooien.
Ik moet een beetje bezuinigen. De campings hier zijn veel duurder dan ik had verwacht en al die nieuwe binnenbanden zijn ook niet geheel gratis.
In de avond drink ik een kop koffie bij mijn Duitse buren. Het is droog, de zon schijnt een beetje, maar het is fris. We zitten met een dikke trui aan voor de tent. Het valt mij op dat de Zweden, zodra er maar weer een zonnestraaltje tevoorschijn komt, gelijk weer het water in duiken. Zo ook deze avond.
Mijn Duitse buurjongen (tien jaar), kijkt hoofdschuddend naar het meer en mompelt “Die Schweden sind verrückt...”.