Sinds ik met fietsroutes in Scandinavië bezig ben, heb ik me meer op Noorwegen gericht, dan op Zweden. Logisch, want veruit de meeste fietskilometers gaan ook door Noorwegen. Van Noorwegen weet ik meer van de geschiedenis, de geografie en de taal dan van Zweden. Ik spreek echter nog steeds bar slecht Noors. Ik wacht alsmaar tot het komt aanwaaien. Dat ik op een ochtend wakker word en dan plotseling Noors spreek. Dat is tot nu toe nog niet gebeurd, maar deze week werd ik op een ochtend wakker en sprak ik plotseling Zweeds! Nou ja, één woord, maar dat is voldoende. Bij elke instemming, verbazing, of verzuchting, of wat dan ook, zeg je gewoon “Jå-hå”. De ‘å’ klinkt als iets tussen een ‘a’ en een ‘o’, en die tweede lettergreep moet je dan extra aanzetten en naar boven laten schieten. Vorig jaar gebeurde precies hetzelfde.
Zelfs de Noren zeiden toen ik terug was in Noorwegen: “Je bent zeker net in Zweden geweest!”.
“Jå-hå!”
Ik denk dat ik zelfs het belangrijkste lied van Zweden inmiddels uit mijn hoofd ken: "Små grodorna", het kikkerlied. Små grodorna (Zweeds voor "De kleine kikkers") is een traditioneel danslied uit Zweden dat rond Midsommar, wordt uitgevoerd en waarbij de Zweden rond de meiboom dansen. De dans bestaat uit bewegingen die lichaamsdelen illustreren die kikkers missen, namelijk oren (öron) en staarten (svansar). Voor wie hierover meer wil weten, zie dit filmpje “Swedish Midsummer for Dummies” (kijktip!)
Zonder oren
Zonder staart
Ik viel afgelopen week met mijn neus in de boter omdat ik maar liefst twee Midzomerfeesten heb meegemaakt. Ik heb niet meegedanst en gezongen want ik had immers de perfecte smoes: bronchitis. Die smoes gebruik ik natuurlijk alleen als het me uitkomt, want verder gaat het ontzettend goed. Zo goed, dat ik na het weekend naar Noorwegen vertrek en, geheel volgens schema, aan de Kustpelgrimsroute kan beginnen. Ik hoest nog wel, maar veel minder, de benauwdheid is weg en ik voel me weer energiek. De komende dagen zullen vooral bestaan uit autorijden en bezoeken afleggen. De ‘hap’ uit mijn schema afgelopen week was toevallig het enige dat eventueel gemist kon worden.
Deze week heb ik dan wel niet kunnen fietsen, maar ik voelde me goed genoeg om wel te kunnen werken. Ik heb nu al alles kunnen verwerken wat ik aan materiaal verzameld heb van het Zweedse St. Olavspad. Eind van dit jaar is er een nieuwe gids! Ook kwam er toevallig deze week een nieuwe titel in mijn webshop. Ria Warmderdam heeft namelijk een nieuwe wandelgids uitgebracht en die kwam deze week uit. Het is een prachtige pelgrimsroute in Noorwegen, de Valldalsleden. Hier kun je erover lezen en hem eventueel bestellen: Valldalsleden.
En nu ik me toch deze week kon onderdompelen in de Zweedse cultuur, heb ik ook nog iets geschreven over de Utedass. De wat?? Nou, lees maar:
Nog meer dan in Noorwegen - en daar worden ze al veel gebruikt - zijn hier in Zweden buitentoiletten te vinden, utedass. Het is niet meer dan een groot gat in de grond dat afgesloten wordt met een houten doos en een toiletbril. Vaak staat er een ook emmer zaagsel bij. Na het poepen (laten we het maar gewoon bij naam noemen) kun je daarvan een schep of een handvol achteraan gooien. Klinkt voor de (jonge) Nederlander misschien vies, maar alles beter dan onderweg helemaal niet naar het toilet kunnen gaan, zoals in Nederland. Overigens zijn ze meestal heel schoon en netjes. Het stinkt alleen als je de klep of deksel omhoog doet, maar het gat wordt gelijk weer gevuld met je billen - mits die groot genoeg zijn natuurlijk - dus stank is van korte duur. Veel huizen op het platteland hebben nog een utedass als reservetoilet. Mijn opa en oma Van Veen hadden er vroeger ook een in de tuin, net als vele generatiegenoten. Overigens was dat voor mijn tijd denk ik, want ik kan het me niet (bewust) herinneren, maar ken het uit verhalen. In het Nederlands worden ze ‘kakhuis’ of ‘schijthuis’ en in het Engels ‘johny house’ genoemd, maar het mooist vind ik de Duitse benaming: ‘Plumpsklo’. Zo klinkt het namelijk ook als er wat naar beneden valt…
Tot zover maar weer. Murphy laat ik hier in Zweden achter. Ik ben benieuwd wat Olav voor mij in petto heeft. Je kan van hem zeggen wat je wil, maar hij heeft mij vooralsnog veel goeds gebracht.
Mijn grote dank gaat uit naar Lars en Kristina! Ik had op geen betere plek kunnen zijn dan hier op Karslhem. Het had niet veel gescheeld of Remy was me komen halen, en dat had misschien wel gemoeten als ik op een andere plek was geweest. Maar hier kreeg ik alle tijd en ruimte om aan te sterken. En bovendien was het ongelooflijk gezellig, een 'mysig stund'.
Tot de volgende keer! Dan vanuit Noorwegen.
Lars en Kristina gingen uit vissen:
De zon is hier ruim drie uur onder, maar het wordt niet donker 's nachts.