In de vorige nieuwsbrief beschreef ik alles van bovenaf. Nu sta ik weer met beide voeten op de grond en vertel ik wat meer over de resterende activiteiten tussen Smøla en Bergen. Ik geef toe, het is een beetje hap-snap, maar straks in de gids komt alles netjes in chronologische volgorde. Die hap-snap-aanpak past ook wel een beetje bij de huidige modus operandi: ik rijd met de auto naar een gebied dat nog ‘befietst’ moet worden, soms inclusief een sleutelplaats, logeer daar een paar dagen, zet de route uit en ga weer verder. En soms wordt er van alles uit de kast gehaald om mij daar te krijgen…

N.B. Ik heb het me er wegens tijdgebrek even makkelijk van afgemaakt: dit zijn de stukjes die ik ook op Facebook heb geplaatst. En helemaal onderaan leg ik nog even uit wat een ‘sleutelplaats’ is.

Sleutelplaats Veøya en het Romsdalsmuseet

Midden in het Romsdalsfjord ligt het eiland Veøya. Het ‘heilige eiland’… Er woont niemand, maar als je aan komt varen en aanlegt bij de steiger, zie je een wit stenen kerkje, een pastorie en een grote schuur. Naast de kerk ligt een oude begraafplaats. De enige bewoners zijn de schapen, die goed voor het gras zorgen.

“Vergeet niet om eten en drinken mee te nemen. Houd er rekening mee dat het eiland geen water of elektriciteit heeft. Zorg voor passende kleding. Goede schoenen of laarzen worden aanbevolen...” Behalve de boodschap dat ik, tot mijn grote verrassing, het eiland mocht bezoeken, kreeg ik ook dit dringende advies. Er was een schipper geregeld, een gids, en niemand minder dan Brit Solli: archeoloog en professor aan de universiteit van Oslo. Als er iemand is die alles over het eiland weet, is zij het. Brit bracht in de jaren negentig in totaal twaalf maanden op Veøya door, tijdens de opgravingen die leidden tot haar proefschrift.

Er was regen en wind voorspeld, dus gingen er regenkleding, een extra donsjasje en een paar droge sokken in de rugzak. Daarnaast een thermoskan met koffie en een paar boterhammen. Ik was er klaar voor!

Met de speedboot bracht schipper Espen ons in 25 minuten naar het eiland. Ik had gevraagd of de Duitser Jürgen Coers ook mee mocht. Hij was voor mij de fietsroute aan het testen en was toevallig tegelijk met mij in Molde. Gelukkig mocht hij mee, want als fietsende pelgrim is het behoorlijk uitdagend om dit eiland te bezoeken.

Brit en de gids Elisabet bleken bevlogen en enthousiaste vertellers. Brit maakte het nog spannender door haar verhalen af en toe met cliffhangers te eindigen. En dat ga ik nu ook doen… Want hoe komt het dat er toch een kerk staat, terwijl er niemand woont? En wie is die excentrieke William, naar wie de priesterwoning is vernoemd (Williamsborg)? En hoe kun je het eiland bezoeken en er zelfs overnachten? Dat kunnen jullie straks lezen in de gids en op mijn website…

De regenkleding bleef in de rugzak. Het was een prachtige, zonnige dag. Ik ben de directeur van het Romsdalsmuseet in Molde, Hans-Olav Solli, en Eldbjørg Lamvik erg dankbaar dat ik op deze manier het eiland mocht bezoeken.

veoya3veoya4veoya5veoya6veoya7veoya8veoya9veoya10

Overigens is het Romsdalsmuseet in Molde zelf ook een bezoek waard. Het is een van de grootste openluchtmusea van Noorwegen. Ik kreeg een rondleiding van Eldbjørg door Krona, een modern gebouw met vaste en tijdelijke tentoonstellingen. In de bibliotheek aldaar is een speciale hoek ingericht voor pelgrims van de Kustpelgrimsroute.
Midden in Krona kun je een virtueel bezoek brengen aan Veøya. Omdat het nu nog lastig te bereiken is (er wordt aan gewerkt) is het een alternatief om het eiland hier te ‘bezoeken’.

Op de eerste foto zie een straatje zoals Molde er voor de oorlog uitzag. Aan het eind van de straat zie je gebouw Krona. Ik was er samen met Jürgen (foto 3).

romsdalsmuseet3romsdalsmuseet4romsdalsmuseet5romsdalsmuseet6romsdalsmuseet7


Sleutelplaats Kvernes Stavkirke en de naastgelegen pelgrimsherberg Borgstua.

Eigenlijk is deze staafkerk een echte must-see, want het is de enige staafkerk die je langs de Kustpelgrimsroute tegenkomt. Het is bovendien de jongste staafkerk van Noorwegen, zo is onlangs ontdekt. Lange tijd dacht men dat de kerk in de veertiende eeuw was gebouwd, maar nieuw onderzoek uit 2020 bracht aan het licht dat de bouw pas in 1643 plaatsvond. Het is ook de staafkerk met het grootste schip, de ruimte waar de banken staan, van alle nog bestaande staafkerken in Noorwegen.

kvernes1kvernes1akvernes1b

Persoonlijk vind ik geschiedenis ongelooflijk interessant, dus ik kom hier in Noorwegen behoorlijk aan mijn trekken. De Noorse mythen en legenden spelen een grote rol in de cultuur, en zelfs in kerken zijn soms nog sporen van deze mythologie terug te vinden, ook in deze kerk.

kvernes2Links, aan de noordkant van de kerk, zaten de vrouwen en kinderen; rechts zaten de mannen. Waarom? Men geloofde dat de noordenwind boze geesten en demonen meebracht. Als de kerk werd aangevallen, zouden de vrouwen en kinderen als eersten getroffen worden en zo de mannen beschermen. Die konden dan tijdig ontsnappen...

kvernes3Zie je het verschil tussen de banken? Het is misschien lastig te zien op de foto, maar de bank rechts is breder dan de bank links. Je moest destijds betalen voor je plek. De rijkste mensen zaten vooraan, op de brede en comfortabele banken dicht bij het altaar en de kansel. De armen zaten daarachter, op de smallere banken. En de allerarmsten, zij die niets konden betalen, moesten staan.

kvernes4Deze kerk had vroeger ook een balkon. Je ziet die donkere plekken aan de bovenkant van de muur (rode pijl): daar stonden ze met de rug tegenaan. In de verticale palen zie je nog de gaten waar het balkon aan bevestigd was (blauwe pijlen). Eigenlijk zou de kerk afgebroken worden toen de nieuwe kerk klaar was, maar er werd geld ingezameld om de staafkerk te behouden. Het balkon was toen echter al verwijderd.

kvernes5Dit balkon, boven de ‘mannenkant’, was bestemd voor de vrouw van de priester. Zij was nogal een arrogante dame: ze wilde niet bij de vrouwen zitten, maar boven de mannen. Ze liet dit balkon speciaal voor zichzelf bouwen, met al ruimte voor haar nog ongeboren kinderen. Die kreeg ze echter nooit. De kerkgangers dachten dat dit een straf was voor haar arrogantie.

Deze foto’s zijn van Borgstua, het oude priesterhuis dat tegenwoordig dienstdoet als pelgrimsherberg. Het is een prachtig, comfortabel houten huis met meerdere slaapkamers, een keuken en alle sanitaire voorzieningen. En het ligt pal tegenover de staafkerk. Het zonnetje erboven moet je er zelf even bij bedenken. 

kvernes6kvernes7kvernes8kvernes9


Sleutelplaats Giske kyrkje

Ten noorden van Ålesund ligt het kleine eilandje Giske (spreek uit: Jieske). De kerk hier is een sleutelplaats voor pelgrims.
“Je boft,” zei de gids — een jongeman die vandaag niet veel te doen had. “Vandaag ligt er geen cruiseschip in Ålesund. Anders was het hier erg druk.” De jongeman kon boeiend vertellen, maar dat lezen jullie later wel in de gids.

De laatste foto toont het ‘kuskruis’ op de oostmuur van de kerk. Middeleeuwse pelgrims kusten dit kruis omdat het genezing zou brengen. Ik heb er maar een flinke smakkerd op gegeven...

giske1giske2giske3giske4giske5giske6giske7giske8


Selje

Ik verbleef twee dagen in Selje. Ik was er ‘slechts’ op werkbezoek bij Tonje, de pelgrimscoördinator aldaar, en sliep twee nachtjes in de authentieke Prestegård (pastorie). Hier hoefde niet meer gefietst te worden; dat was helemaal klaar.

Tegenover Selje ligt het eiland Selja, een sleutelplaats. Voor wie bekend is met de route en hier de foto's van Selja mist: ik heb het eiland al twee keer bezocht en ben er dit jaar niet weer geweest.

selje1selje2selje3selje4selje5selje6


Wat is een sleutelplaats?

De pelgrimsroute langs de kust heeft 25 erkende sleutelplaatsen, in het Noors Nøkkelstader. Deze plaatsen zijn van bijzondere culturele en historische waarde voor Noorwegen. Langs de kust, van Egersund naar Trondheim, reis je als pelgrim van sleutelplaats naar sleutelplaats. Als je een pelgrimspaspoort hebt, kun je dat laten afstempelen bij de sleutelplaatsen. Voor een Olavsbrief, een soort certificaat dat je in Trondheim kunt ontvangen, heb je minstens zes stempels nodig.